Vechten en volhouden. De CDS benoemde het in een tweet over de budgetten van Defensie na Prinsjesdag. Ik voel een nieuw motto aankomen voor de komende beleidsplannen. Een kreet die de hele Krijgsmacht wordt ingeslingerd, en ik zie al voor me hoe instructeurs in de initiële opleidingen dit voorhouden aan de rekruten: ‘Je moet vechten en volhouden. Doorgaan waar anderen stoppen. Beschermen wat ons dierbaar is’. Mooi man, ik zou bijna weer in dienst gaan door zulke visioenen. Vechten en volhouden. Prachtige kreet.
(Tekst gaat verder onder de tweet)
Afschrikking vraagt om een krijgsmacht die kan vechten en volhouden. Met meer mensen, materieel en technologische slagkracht versterken we onze gereedheid. Lees wat #Prinsjesdag voor @Defensie betekent. 👉 https://t.co/LoVdlXI9tP pic.twitter.com/YXRGrJa3jy
— Generaal Onno Eichelsheim (@CDS_Defensie) September 15, 2026
Maar zonder gekheid. Vechten en volhouden is belangrijk. En dat kan de Krijgsmacht niet alleen door de mentale weerbaarheid en veerkracht van de militairen. We weten dat die hun werk onder extreem moeilijke omstandigheden deden, doen en blijven doen. Maar alleen weerbaarheid en doorzettingsvermogen van voldoende militairen die goed betaald worden en goede arbeidsvoorwaarden hebben, is niet genoeg om te winnen. Dan is er meer nodig.
Wat is nodig om vechten daadwerkelijk vol te houden?
Bijvoorbeeld genoeg materieel (vliegend, varend, rijdend, gravend, bemand, onbemand, digitaal), en genoeg vervangend materieel als het stuk gaat. En goede logistiek om alles te bestellen, aan te voeren, op te slaan, en te onderhouden. Genoeg munitie om te schieten. Genoeg eten. Genoeg brandstof (accu’s, kerosine, diesel, benzine, en weet ik wat er allemaal gebruikt wordt). Genoeg drones en counterdrone-dingen. Mensen en spullen om het vechten daadwerkelijk vol te houden.
Maar ook dat is allemaal basis. Een Krijgsmacht moet in zekere mate efficiënt zijn, maar vooral effectief. En als effectief betekent dat er van alles heel veel nodig is, dan is dat wat moet gebeuren.
Politiek commitment en budget
En om dát weer te bereiken zijn andere dingen nodig. Langdurig politiek commitment bijvoorbeeld. En dat lijkt nu in ieder geval tot 2030 vastgelegd te zijn, in ieder geval voor de stijging van het Defensiebudget, waarbij de wens is uitgesproken dat we in 2035 3,5% van het BBP uitgeven aan Defensie. Het blijft wel krom dat binnen het totale Defensiebudget de gelden voor steun voor Oekraïne zijn meegenomen, maar nu er 14,1 miljard geïnvesteerd wordt in materieel en innovatie, zal ik daar niet over zeuren. Er zijn de afgelopen jaren flinke stappen gemaakt om Defensie weerbaar te maken, en minder afhankelijk van politieke willekeur. En dat is een goede zaak.
Waar ik wel over zeur, is dat in de Defensienota staat dat we ook met 3,5% budget niet aan alle taken tegelijk kunnen voldoen als Krijgsmacht. En nee, begrijp me niet verkeerd, het is goed dat dit benoemd wordt, maar zet er dan gelijk in wat er wel nodig is om aan de grondwettelijke taken te voldoen.
Zonder industrie valt er weinig vol te houden
Maar voor vechten en volhouden is ook nodig dat we industrie hebben die de noden van Defensie kan ondersteunen. En die industrie is grotendeels verdwenen nadat het vredesdividend geïnd werd na de val van het ijzeren gordijn, zo’n 36 jaar geleden.
Defensie stelt expliciet dat er samenwerking gezocht wordt met het bedrijfsleven. In de Defensienota heet dat ‘Verbonden met overheden, bedrijfsleven, kennisinstellingen en burgers.’ Want waar het om gaat is dat we een oorlog moeten kunnen volhouden, ook als bondgenoten niet thuisgeven. En dan heb je voor alles wat je nodig hebt, onze eigen industrie nodig. Dus is het zaak dat de verloren gegane kennis weer terug komt, en nog belangrijker: dat nieuwe kennis snel opgebouwd wordt. Dat er ruimte komt voor proeftuinen op het gebied van innovatie.
Sneller, slimmer en wendbaarder
Minister Yesilgoz en staatsecretaris Boswijk zeggen in de Defensienota dat ze willen bouwen aan een defensieorganisatie die sneller, slimmer en wendbaarder is. Dat is op zich niks nieuws, want deze termen komen al tijden terug. In het verleden was het dan ook nog vergezeld van woorden als kleiner, maar effectiever, waarbij alleen kleiner werd onthouden.
Maar dat laatste is gelukkig wel voorbij. De Krijgsmacht moet groeien. Er moeten veel mensen bij. En spullen, gebouwen, oefenterreinen… En dat moet allemaal snel aanpasbaar zijn, innovatief, schaalbaar, gericht op effect. Defensie introduceert daarom een derde V: naast Vechten en Volhouden moet de Krijgsmacht ook kunnen Vernieuwen. En natuurlijk gebeurt dat, maar dat is tegelijk niet altijd gemakkelijk in een organisatie die is gebouwd op oude tradities. En die heel log, bureaucratisch in elkaar is gezet.
De paradox waar Defensie last van heeft
Defensie heeft last van de rare paradox dat in het gevecht extreem veel vertrouwen nodig is in de man of vrouw die naast je staat, in het functioneren van jouw eenheid, in de kracht van de andere eenheden en vertrouwen dat ook alle logistiek en eventuele geneeskundige ondersteuning perfect is geregeld. 100% vertrouwen in elkaar op het slagveld.
Maar door bureaucratie, te veel regeltjes, is de organisatie niet ingericht op het geven van dat vertrouwen. Mensen vertrouwen 100% op elkaar in een organisatie waarin de structuur zorgt voor wantrouwen: toestemming van hogere commandanten, dingen in drievoud indienen, binnen de te strikte regels blijven. Dan krijg je situaties waarin je ziet dat er iets anders nodig is, maar dat niemand er op korte termijn wat aan kan doen, omdat procedures te lang zijn en niemand weet waar de verantwoordelijkheid ligt. Want verantwoordelijkheid wordt naar boven gedelegeerd. Je krijgt dan problemen die van iedereen en van niemand zijn. En oplossingen die gezien en aangedragen worden, maar niet de verantwoordelijken bereiken.
Een les uit de strijd in Oekraïne is dat de innovatiecycli rondom drones, elektronische oorlogvoering, counter-UAS enzo, laten zien dat een oplossing soms alweer achterhaald is zodra een traditionele verwervingscyclus hem eindelijk heeft ingehaald. Vechten en volhouden (en winnen!) betekent dan ook dat je sneller leert, innoveert en implementeert dan je tegenstander. Maar hoe wil Defensie dat aanpakken?
De Defensie innovatie opschalingsautoriteit: is dat nu echt nodig?
Ik lees dan in de nota dat Defensie een Defensie innovatie opschalingsautoriteit ontwikkelt. Dan denk ik eerst: Het woord alleen al ademt de bureaucratie uit die het zou moeten bestrijden. En vervolgens denk ik: hoe zou dat afgekort worden? Een DIO? En daarna denk ik ook: kun je niet veel beter de verantwoordelijkheid voor innovatie veel lager in de organisatie leggen? In plaats van het inrichten van een autoriteit die ergens hoog, maar waarschijnlijk half naast het organogram en de normale bureaucratische lijnen komt te staan. Dat zou logisch zijn. Maar dan blijft de interessante vraag waarom innovatie alleen buiten die lijnen snel kan gaan.
Wordt er niet te ingewikkeld gedacht over innovatie? Of misschien denk ik wel te simpel. Maar het blijft gek dat militairen in het gevecht in een split second besluiten over leven en dood moeten nemen, en binnen de organisatie zelf langs 5 loketten moeten om iets simpels en niet levensbedreigends te regelen. Het is iets waar stas Boswijk zelf voor waarschuwde in een speech in juni. Hij had het over bureaucratie, centralisatie en risicomijding binnen Defensie.
En de vraag is of zijn autoriteit dan gaat helpen. Want als die uiteindelijk vooral een extra laag wordt, organiseer je dan niet precies datgene waar Boswijk zelf voor waarschuwt? Hij had het overigens wel goed in zijn analyse, want daarin zei hij onder meer dat organisatiecultuur ook belangrijk is. Want het echte antwoord op de vraag hoe er sneller geïnnoveerd wordt, is volgens mij vertrouwen, vrijheid en verantwoordelijkheid. Daar is geen extra autoriteit voor nodig.
Daarvoor is wél nodig dat de vechtersfilosofie waarmee militairen het oorlogsgebied in gaan, en de managementfilosofie waarmee de organisatie bestuurd wordt, niet elkaars tegenovergestelde zijn.
Vechten, volhouden en vernieuwen
En om het maar lekker simpel af te sluiten met de 3 V’s:
- Vechten vereist mensen en materieel.
- Volhouden vereist voorraden, logistiek, industrie en politiek commitment.
- Vernieuwen vereist iets moeilijkers: vertrouwen, vrijheid en verantwoordelijkheid.
En zie je dat? Ik heb er stiekem nog 3V’s in gezet 😊
Vechten, volhouden en vernieuwen, klinkt ook als een mooie strijdkreet om de organisatie naar rechts te richten. Vooral voor de managers en consultants in de vredesoperatie. Maar Vechten en volhouden, dat zijn dingen die ik de instructeurs hoor schreeuwen, en de commandanten te velde of ter zee hoor gebruiken in momenten dat het moeilijk wordt. En aangezien ik een broertje dood heb aan bureaucratie en onnodige managementlagen: Vechten en volhouden. Daar gaat het om.
Door: Eduard van Brakel
Eduard van Brakel volgde de officiersopleiding aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) en is oprichter van Defensie-Platform. In het dagelijks leven is hij eindredacteur van Boom Management bij Koninklijke Boom uitgevers. Hij schrijft over leiderschap, management, online content en Defensie en is auteur van Van fillercontent naar killercontent – Winnen in Google en AI.
Waardeer dit artikel!
Met het Defensie Platform zet ik me belangeloos in voor een sterke Krijgsmacht. In elk artikel zit (vrije) tijd, moeite en kunde. Als je dit waardeert, kun je een kleine donatie doen. Dank voor je bijdrage!
Foto bij artikel: Defensie.nl