Russen hebben niets geleerd: Nemmersdorf 1944- Bukya 2022

Geplaatst door

In mijn vorige artikel had ik het over de overgang van ‘manoeuvre warfare naar ‘medieval warfare’ aan Russische kant, me hierbij niet realiserend dat deze term meerdere dimensies in zich draagt, waarvan de gebeurtenissen in Bukya een voorbeeld zijn. De verschrikkingen in Bukya passen binnen het groter kader van wat je de Russische modus operandi zou kunnen noemen.

Modus operandi uit Tweede Wereldoorlog

We kennen deze modus operandi  uit de Tweede Wereldoorlog. Verkrachten, moorden en plunderen is er onderdeel van en internationale verdragen zijn schijnbaar volledig irrelevant, evenals enige vorm van morele terughoudendheid. Het verschil tussen toen en nu is dat de Sovjets in 1944 er 4 jaar strijd op hadden zitten en de verschrikkingen van een oorlog hadden meegemaakt, wat nog enigszins als excuus kan dienen. Dat geldt niet voor de Russische soldaten die zich nu schuldig maken aan oorlogsmisdaden, zij zijn slechts een maand verwikkeld in een oorlog. De conclusie moet dus zijn dat als zij nu al dit type gedrag vertonen het verkrachten, moorden en plunderen hoort bij ‘the Russian way of war’, gestructureerd van karakter is en getolereerd wordt binnen de bevelsstructuur van het Russische leger. Mochten we nog de illusie hebben gehad dat de Russen vanuit een westerse blik naar burgers, vrouwen en kinderen in oorlogssituaties kijkt, dan ligt deze nu in scherven.

Oostfront – Door Jaap Jan Brouwer

Ik loop hier vier typen oorlogsmisdaden langs waar de Sovjets zich in de Tweede Wereldoorlog aan hebben schuldig gemaakt: de behandeling van krijgsgevangenen, het geweld tegen burgers, het geweld tegen gewonden en het voorzieningen voor gewonden, en deportaties. Van alle vier de categorieën zien we nu al daden van de Russen die gekwalificeerd kunnen worden als oorlogsmisdaad. De onderstaande teksten komen grotendeels uit mijn boek Het Oostfront. Hoe het Derde Rijk zijn ondergang op de steppe vond.

Omgang krijgsgevangen

Alhoewel we nog weinig over de omgang met krijgsgevangen hebben gehoord, kunnen we het ergste vrezen op basis van ervaringen uit de Tweede Wereldoorlog. De Sovjets hadden de Conventie van Geneve over de behandeling van krijgsgevangen niet onder ondertekend en dat leidde in de praktijk tot het martelen en doodschieten van Duitse krijgsgevangenen. Het kostte de nodige moeite om de Duitse eenheden in de hand te houden door de wreedheden van de Sovjets. Het doodschieten van Duitse krijgsgevangenen was voor hen de normaalste zaak van de wereld en er circuleerden veel rapporten, waarin melding werd gemaakt van het martelen en verminken van Duitse krijgsgevangenen, voordat ze werden doodgeschoten. Egon Nieman, een onderofficier van de 6de Infanterie Division, beschrijft de vondst van 12 van zijn kameraden:“beestachtig vermoord of zo ernstig verminkt nadat ze gedood waren, dat ze niet langer herkenbaar waren”. (53 – 72)

Udo von Alvenslebens eenheid deed op 17 augustus 1941 een gruwelijke vondst: “Enkele honderden meters van het station van Girogowo vinden we de lijken van ongeveer 150 manschappen van de 6de compagnie van het 79ste Schützenregiment. De Russen hebben hen doodgemarteld met alles wat een duivelse geest op dat terrein kan bedenken. Op hetzelfde ogenblik komt het bericht van de oostelijke oever van de Ingul, waar manschappen van de divisie worden gevonden, die onder dezelfde omstandigheden zijn gedood. Mijn eigen eenheid is altijd heel goedmoedig tegenover krijgsgevangenen, maar nu kent de roep om wraak geen grenzen.” (5 – 195)

Onder dit duister gesternte werd er in de Sovjet Unie gestreden. Zoals gezegd is het nog onduidelijk wat het lot van Oekraïense krijgsgevangen is, we mogen hopen dat dit een stuk milder is dan dat van de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog.

De wraak: het lot van Nemmersdorf 1944

Nemmersdorf was de eerste Duitse plaats die door de Sovjets veroverd werd, en wel op 21 oktober 1944. Het dorp was maar korte tijd in Sovjet handen maar de gebeurtenissen geven een goed beeld wat de Duitse bevolking – en eigenlijk iedereen die de Sovjets tegenkwamen – te wachten stond. De getuigenissen van de Wehrmacht en Volkssturmsoldaten voor een militaire rechtbank in Neu Ulm in juli 1946 geven een huiveringwekkend beeld van datgene wat zich in Nemmersdorf en in andere dorpen in de korte periode van Sovjetbezetting had afgespeeld. Dr. Heinrich Amberger, commandant van een Fallschirmjäger Kompagnie vertelt: “Op de weg door Nemmersdorf, bij de brug over de rivier Angerapp, zag ik een hele stoet vluchtelingen die door tanks was overreden. Niet alleen de paarden en wagens, maar ook een groot aantal burgers, meest vrouwen en kinderen, waren geplet door de tanks. Langs de kant van de weg en bij de boerderij lagen de lijken van burgers die niet allemaal tijdens militaire acties waren omgekomen, maar meer systematisch waren vermoord.” Enkele vrouwen waren naakt met spijkers aan schuurdeuren gekruisigd.

Karl Pork, soldaat van de Volkssturm, getuigt: “(Achter de herberg ‘Roter Krug’) in een schuur vonden we in totaal 72 vrouwen, kinderen en een oude man, allemaal dood. Ze waren op een beestachtige wijze vermoord, op enkelen na die een nekschot hadden gekregen… Beneden op een stoel zat een oude vrouw van 84… Haar halve hoofd was er af geslagen met een schep of een houweel.” Onder de doden bevonden zich ook 60 Franse krijgsgevangenen. De Wehrmacht zorgde ervoor dat binnen enkele dagen de internationale pers de mogelijkheid kreeg om Nemmersdorf te bezoeken. Een internationale medische commissie stelde vast dat alle vrouwen verkracht waren, voordat ze werden gedood. De genocide bij Nemmersdorf zond een schokgolf door Duitsland en een massale vlucht van burgers uit het oosten kwam op gang. (59 – 60/ 64)

Op de vlucht

Na duidelijk was geworden wat er zich in Nemmersdorf had afgespeeld gingen grote groepen Duitsers met paard en wagen in grote karavanen op weg. Deze groepen bestonden overwegend uit vrouwen, kinderen en ouderen. Deze karavanen werden ‘treks’ genoemd naar de karavanen van de Zuid-Afrikaanse Boeren. In de eerste weken waren de wegen nog niet verstopt, maar dat veranderde al snel toen steeds meer mensen besloten hun spullen te pakken en op de vlucht te gaan voor het Sovjetleger. Expliciete orders van Gauleiter Koch om te blijven en het thuisland te verdedigen, werden in de wind geslagen. De treks werden vaak geleid door geallieerde krijgsgevangenen, die op de landerijen en in de bedrijven werkzaam waren geweest. Hun inzet is nog weinig beschreven laat staan geprezen, maar heeft in aanzienlijke mate bijgedragen aan het overleven van veel van deze Duitse vluchtelingen.

De treks werden voortdurend vanuit de lucht beschoten en gebombardeerd door Sovjet bommenwerpers en jagers, de Sovjetpiloten kenden geen enkele terughoudendheid om burgers aan te vallen.

Met name het lot van de vluchtelingen uit de regio Königsberg in het oosten en meer zuidelijke regio’s was schrijnend. Eind 1944 arriveerden grote aantallen vluchtelingen aan de kust met als doel over water van de baai, de Frische Haff, over te steken naar het schiereiland Pillau. Ze verkozen deze route boven de gevaarlijke en lange tocht over land. Ongeveer 20 kilometer moest overbrugd worden, maar de baai was dichtgevroren en er konden geen schepen worden ingezet. De vluchtelingen probeerden over het op vele plaatsen dunne ijs de Haff over te steken. De overtocht duurde vaak meer dan 8 uur in de snijdende vrieskou en vele kinderen en ouderen stierven van uitputting en kou. Ondertussen werden de vluchtelingen beschoten en gebombardeerd door de Sovjetluchtmacht, zodat velen met paard en wagen in het water van de Haff verdwenen. Toen in februari de temperatuur steeg en het ijs dunner werd, werd de overtocht nog gevaarlijker: onduidelijk was waar de zwakke plekken waren en de tocht leek op Russische roulette. Geschat wordt dat uiteindelijk niet minder dan 500.000 Duitsers uit de regio Oost-Pruisen met succes de overtocht over de Haff naar Pillau hebben gemaakt. Van daaruit konden ze onder voortdurende bombardementen van de Sovjets over zee worden geëvacueerd. Onduidelijk is hoeveel er zijn omgekomen.

Geschokt

Deze wijze van omgaan met burgers bleef niet onopgemerkt. George Kennan, toentertijd verbonden aan de Amerikaanse ambassade in Moskou en medegrondlegger van de Trumandoctrine na de Tweede Wereldoorlog, was diep geschokt. In zijn memoires schreef hij: “De verschrikkingen die zich in deze regio’s afspeelden, kennen geen parallel in de moderne Europese geschiedenis. Er waren grote gedeeltes waar, als we afgaan op alle bestaande bewijzen, nauwelijks een man, vrouw of kind van de oorspronkelijke bevolking het voorbijtrekken van de Sovjeteenheden had overleefd; en niemand gelooft dat ze er allemaal in waren geslaagd naar het westen te vluchten.” (59 – 60) Zijn observaties en analyses hadden een doorslaggevende invloed op het Amerikaanse beleid na de Tweede Wereldoorlog.

De invloedrijke Montgomery was nog directer in zijn bewoordingen: “Het werd door hun houding snel duidelijk dat de Russen, weliswaar goede vechters, nooit dezelfde beschaving hadden gekend als de rest van Europa. Hun benadering van elk probleem was volslagen anders dan die van ons en hun gedrag, speciaal dat naar vrouwen, was absoluut verwerpelijk in onze ogen. In bepaalde delen van de Russische zone waren er geen Duitsers meer over. Ze waren allemaal gevlucht voor de opmars van de barbaren … “ (59 – 72)

Dat wat we hierboven lezen, kunnen we ook zien in de Oekraïne: geweld tegen burgers en beschieten van burgers die de gevechten proberen te ontvluchten. De komende weken zal duidelijk worden hoe ernstig de oorlogsmisdaden zijn en om welke aantallen slachtoffers het gaat.

Torpederen hospitaalschepen

In de laatste maanden van de oorlog kwam er een massale evacuatie op gang van de oostelijk gelegen Duitse gebieden naar de meer westelijke. Deze evacuatie stond onder bevel van Admiraal K. Engelhardt, die elk beschikbaar schip charterde voor de reddingsoperatie van het oostelijk deel van de Baltische Zee. In totaal kon hij beschikken over 790 vaartuigen, van zowel de Kriegsmarine als van ondernemingen en particulieren. Sommigen maakten wel 12 tochten in totaal. De duur, omvang en afstand maakte de onderneming de grootste evacuatie over zee ooit. De evacuatie over de zee was de meest snelle en veilige manier om naar het westen te komen. In totaal werden tot mei 1945 tussen de 2.000.000 en 3.000.000 burgers en soldaten, meestal gewonden, vervoerd. Ongeveer 1% van deze groep, tussen de 20.000 en 25.000 man, overleefde de tocht niet doordat hun schepen werden getorpedeerd door onderzeeërs of gebombardeerd vanuit de lucht. Waarschijnlijk de grootste ramp op zee ooit was het tot zinken brengen van de Goya op 16 april 1945 door de Sovjetonderzeeër L-3. Dit vrachtschip vervoerde tussen de 6000 en 7000 burgers, van wie er slechts 183 de torpedering overleefden: meer dan 6500 mensen kwamen om.

De opvarenden van de Wilhelm Gustloff kwamen er niet veel beter van af. Het schip werd met duizenden evacués aan boord als eerste in een konvooi op weg van Pillau naar Mecklenburg op 30 januari getorpedeerd door de onderzeeër S-13. Van de 10.000 opvarenden kwamen 9.000 om in het koude water, de grootste scheepsramp ooit.

Een ander drama was het tot zinken brengen van de Steuben op 10 februari 1945. Dit was een zogenaande Verwundetentransporter met 3500 gewonde soldaten aan boord. Allen kwamen om. Een Verwundetentransporter was tot op zekere hoogte een Lazarettschiff (hospitaalschip), maar had niet dezelfde status en bescherming van de Haagse en Geneefse Conventies, omdat hij niet als zodanig was geregistreerd. Alle Lazarettschiffe en bijna alle Verwundetentransporter waren als zodanig herkenbaar door hun witte kleur en rode kruizen. Dit maakte in de praktijk echter niets uit omdat de Sovjet-Unie zich van geen enkel verdrag iets aantrok. Gedurende de evacuatie werden in totaal 13 Lazarettschiffe en 21 Verwundetentransporter ingezet. Van deze schepen werden 4 Lazarettschiffe en 8 Verwundetentransporter (25% respectievelijk 38%) tot zinken gebracht. Deze percentages vergeleken met het totale percentage van tot zinken gebrachte schepen bewijzen dat de Sovjets het expliciet hadden voorzien op deze schepen met hun weerloze lading

Ook in de Oekraïne zien we dat ziekenhuizen als gelegitimeerd doel worden gezien, evenals scholen en ander voor de sociale infrastructuur van belang zijnde gebouwen. Daarnaast zien we de vernietiging van cultureel erfgoed als ‘gebruikelijke usance’ bij het Russisch leger. Ook dit heeft een gestructureerd karakter en moet dus binnen de bevelsstructuur in ieder geval worden getolereerd en is misschien zelfs onderdeel van de opdracht van de betrokken eenheden.

Deportaties van de bevolking

Aan de andere kant van het front waren in de Sovjet Unie ook vluchtelingenstromen te zien. In 1943 had Stalin de deportatie geautoriseerd van hele etnische groepen, die naar zijn idee hadden gecollaboreerd met de Duitsers. Het leek hem niet zinvol om na te gaan wie wél en wie níet had gecollaboreerd, hele bevolkingsgroepen werden gedeporteerd. Een van zijn eerste slachtoffers waren de Kalmukken, die de steppes bewoonden waar de Duitsers in 1942 doorheen waren getrokken op weg naar het zuiden, naar Baku en de Kaukasus. In oktober bevestigde Stalin de beslissing van het Staats Comité van Defensie om hen te deporteren en was de weg vrij voor de ‘reallocatie’ van de Kalmukken naar diep in het oosten gelegen gebieden als Omsk en Novosibirisk.

In december 1943 werd de NKVD door Beria ingezet bij de deportatie van de Kalmukken. Een van de betrokken officieren, luitenant Nikonor, een geharnast communist, merkte op dat “…als we hen vanuit een ander gezichtspunt bekeken, dacht ik bij mezelf: hoe kunnen deze mensen de vijand hebben geholpen? Ze zagen er zo triest en meelijwekkend uit.” (rees – 195)Op 28 december begon de NKVD met het uit de huizen drijven van de Kalmukken, families kregen twee uur de tijd om in te pakken. Ze werden getransporteerd naar het dichtstbijzijnde station en met treinen de diepte van Siberië ingevoerd. Velen stierven tijdens deze tocht aan koude, ondervoeding en dysenterie. Hoeveel Kalmukken de tocht uiteindelijk niet hebben overleefd zal nooit duidelijk worden. De enige cijfers die bekend zijn, hebben betrekking op een transport naar de regio Altai Krai: van de 478 mensen die op transport werden gesteld, stierven er 290, een sterftecijfer van 60%. Eenmaal aangekomen in Siberië eisten de leef- en klimaatomstandigheden ook hun tol en velen stierven aan ondervoeding en ziekte. De Kalmukken die als dienstplichtigen loyaal met de Sovjets hadden meegevochten, wachtte geen beter lot: ze werden uit dienst gehaald en gedeporteerd naar werkkampen in de Oeral. In totaal werden 93.000 Kalmukken gedeporteerd.

Ze waren echter niet het enige volk dat in de nasleep van de bevrijding door de Sovjets een hoge prijs moest betalen. Andere waren de Karachai uit de Noord-Kaukasus (68.000 gedeporteerden), de Tsjetsjenen (500.000 gedeporteerden), de Balkars uit de Kaukasus (340.000) en de Tartaren uit de Krim (180.000). Het totale aantal gedeporteerden zal altijd onduidelijk blijven, maar is zeker meer dan 1.000.000 mensen. (44 – 192/195)

Ook in de Oekraïne is er sprake van deportaties: burgers die worden geëvacueerd komen vaak terecht op Russisch grondgebied om vervolgens ‘door te reizen’ naar dieper in het achterland gelegen steden, ongetwijfeld in het kader van de denazificatie van de Oekraïne. Dit zijn natuurlijk gewoon deportaties zoals we ze kennen uit de Sovjetperiode.

Het bovenstaande geeft een duidelijk beeld van de modus operandi van het Russische leger: er wordt op grote schaal gedurende langere tijd en op gestructureerde wijze oorlogsmisdaden gepleegd die binnen de bestaande bevelsstructuur worden geïnitieerd, dan wel gestimuleerd, dan wel niet worden verhinderd en/of niet worden bestraft. Hiermee plaatst het Russische leger en de politieke structuren die dit mogelijk maken dan wel hier niet ingrijpen, zich buiten de bestaande rechtsorde. De gebeurtenissen geven ook een huiveringwekkend beeld wat andere landen en volkeren te wachten staat als Oekraïne niet in staat is het Russische leger in toom te houden.

Door: Jaap Jan Brouwer, verbonden aan het Maurits Instituut

Publicaties

Eén reactie

  1. Huiveringwekkend artikel
    Dergelijke misdaden hebben we ook in Vietnam, Syrie, ISIS, de vele Afrikaanse oorlogen, etc, gezien.
    Een fatsoenlijke manier van oorlog voeren kan wel een eens illusie zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.