De Pavlov-reactie van Defensie

De Pavlov-reactie van Defensie

In 1904 kreeg een nu beroemde fysioloog de Nobelprijs “als erkenning voor zijn werk over de fysiologie van de spijsvertering.” Ivan Pavlov is een grootheid. Zijn fysiologisch onderzoek op het gebied van de spijsvertering was baanbrekend. Die Nobelprijs lauwerde hem onder andere voor de ontdekking van de zogenoemde Pavlovreactie: een aangeleerde, onbewuste reactie. Hij vond uit dat je een hond kunt aanleren dat wanneer je een belletje laat rinkelen en hem een etensbak voorzet hij dit gerinkel na verloop van tijd, onbewust, vanzelf begint te associëren met eten. Uiteindelijk begint de hond zelfs te kwijlen als je alleen maar belgerinkel laat horen zonder dat er iets eetbaars in de buurt is. Die Pavlovreactie kent mijn werkgever ook. Of beter gezegd: de commandant van de commandant van de commandant. En daar dan weer de commandant van. Inclusief de politieke bazen van die commandant: minister, staatssecretaris en secretaris-generaal.

Een van de auteurs van dit stuk werkt namelijk bij Defensie, het gesloten bolwerk van zwijg- en doofpotculturen waarvan de hogere legerleiding regelmatig en, blijkbaar, uit nood geboren Pavloviaans reageert in plaats van – aan de voorkant – te voorkomen dat ze niet meer zo hoeft te reageren. Defensie moet reageren zoals ze reageert – dat kan niet anders. De reactie is een logische afgeleide van de taakstelling van het uitvoeringsorgaan dat krijgsmacht heet. Politiek correct. De politiek heeft immers het oppergezag over Defensie en bepaalt wat wij doen, niet omgekeerd. De Defensiereactie moet dus te allen tijde correct zijn richting ons aller broodheren (beleidsmakers, geldschieters en inrichters). Het is onmogelijk dit niet te doen, een onoirbare overtreding van de mores van de organisatie en, als gezegd, ontzettend vanzelfsprekend: wiens brood men eet, diens woord men spreekt.

De communicatie vanuit de hogere legerleiding en haar politieke opdrachtgevers helaas is vaak Pavloviaans. Puur reactief, aangeleerd en onbewust.

De communicatie vanuit de hogere legerleiding en haar politieke opdrachtgevers helaas is vaak Pavloviaans. Puur reactief, aangeleerd en onbewust. Met onbewust bedoel ik hier: zich onvoldoende of niet bewust van het effect dat de Defensiecommunicatie op haar eigen medewerkers en de publieke opinie heeft. Een schoolvoorbeeld van die – onmogelijk te negeren – reactiviteit is het gedrag dat de Defensietop laat zien bij incidenten die zich met de beste wil van de wereld niet als ‘incidenteel’ laten lezen.

Structurele schandvlekken

Het interview dat NRC Handelsblad (25 juni jl.) voerde met twee moegestreden vrouwelijke boegbeelden van de landmacht, de luitenant-kolonels Claudia Redout en Gwenda Nielen, laat incidenten zien die – publiek geheim – niets anders zijn dan structurele schandvlekken. Ze wekken de indruk dat diversiteit en inclusie slechts modewoorden zijn die alleen worden gebezigd door commandanten en hun staven. Ik help je uit je droom: “Vooroordelen, ongelijkheid en uitsluiting komen overal voor, maar bij de krijgsmacht wat meer en extremer.”

De cultuur (het gedrag) van het eigen personeel keert politici en de publieke opinie op die manier tegen de militaire zwaardmacht.

Iedereen, in meer of mindere mate, weet dat deze ongelijkwaardigheden plaatsvinden, maar spreek je maar eens uit op én tegen een werkvloer waar machismo, haantjesgedrag, vriendjespolitiek en ellebogenwerk soms/vaak/altijd* hoogtij vieren. (* Streep door waarvan jij 100% zeker weet dat dit niet het geval is.)

Achter de overdrijving schuilt de werkelijkheid

En nee, dit is niet overal het geval. Ik stel het (wellicht?) groter en algemener voor om een heel groot punt te maken van die werkplekken waar dit onwelgevallige gedrag schering en inslag is. Het is deze schade en schande die de beeldvorming van de krijgsmacht totaal geen goed doet en haar opdrachtgevers zou moeten doen beseffen dat die steeds weer terugkerende en niet te negeren smetten er blijvend voor zorgen dat het krijgsmachtbudget tot in lengte van dagen aan de laatste tiet van de rijksbegroting ligt. De cultuur (het gedrag) van het eigen personeel keert politici en de publieke opinie op die manier tegen de militaire zwaardmacht. Gegeneraliseerd en overdreven: met zulk personeel heb je geen vijand nodig.

Als oplossingsrichting spreekt het management zich uit voor meer management.

Achter deze overdrijving schuilt echter de werkelijkheid: Defensie als een gesloten bastion vol oud zeer (Vuurdoop) en conservatisme, met te weinig proactief en zelfreinigend vermogen en zonder afdoende zelfreflectie en lessons learned om de negatieve gedragingen (seksisme, racisme, contra diversiteit en inclusie) ten goede te doen keren.

De geijkte Pavlovreactie van Defensie: de incidenten stapelen zich op in de media, de hogere legerleiding neemt fel stelling tegen en prioriteert hun tegenmaatregelen met stip op één, maar concreet gebeurt er op de werkvloer weinig tot niets. De standaardoplossing van het management is godzijdank niet: naar de fout toe corrigeren. Dat zou een doodzonde zijn.

Maar misschien is de vaakst gekozen alternatieve oplossingsrichting wel minstens zo triest: dat het management zich uitspreekt voor meer management, in de vorm van een task force, meldpunt of werkgroep, om het incidentencomplex te tackelen. Ivan Pavlov zou zich omdraaien in zijn graf op de begraafplaats Volkovo in Sint-Petersburg, mocht hem ter ore komen dat zijn prijswinnende fysiologische reactie zoveel voorkwam bij Defensie…

Door: Eduard van Brakel en Martijn Cornelissen

Redactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.