De kracht van het regiment: zonder onderling vertrouwen stort het systeem in

De kracht van het regiment: zonder onderling vertrouwen stort het systeem in

Met de oprichting van het Wapen van de Informatiemanoeuvre, was de Landmacht een nieuw wapen rijker. Maar wat betekent dat nu? Waar komt die historie van wapens (geen wapen als een geweer, maar als traditieverband), dienstvakken, regimenten en korpsen eigenlijk vandaan? En waarom is het zo belangrijk? Om dat uit te zoeken ging het Defensie Platform op bezoek bij Geniemuseum in Vught. Wat volgde was een gesprek met brigadegeneraal Paul Ducheine, voorzitter van de traditiecommissie van de Koninklijke Landmacht, kolonel Burg Valk, regimentscommandant van het Regiment Genietroepen, luitenant-kolonel Albert van Dijk, voormalig regimentscommandant van de Verbindingsdienst, en luitenant-kolonel Sjaak van Elten die de overstap maakte van het wapen der Cavalerie naar het wapen van de Informatiemanoeuvre en dan specifiek het Korps Communicatie en Engagement (C&E) ‘Prinses Ariane’. 

Probeer aan mensen buiten de Krijgsmacht het belang van de verschillende wapens en dienstvakken uit te leggen, en mensen zien al gauw door de bomen het bos niet meer. Maar bij de Landmacht zelf is het ontzettend belangrijk. Waarom? Generaal Ducheine begrijpt die vraag wel: ‘Die vraag hebben we ons ook gesteld toen we het nieuwe wapen gingen oprichten. Wat is nu de waarde ervan? Wat is de waarde van een korps of een regiment? Ik vergelijk het met een gilde. Dat heeft verschillende functies. Allereerst is het de plek waar je wordt opgeleid. Je komt binnen als infanterist, genezerik, of genist en dan word je opgeleid door je vakbroeders. Dus het is een bron van expertise die de opleiding verzorgt. Maar het is tegelijkertijd je huis. En het is net als bij de oude gildes je collectieve voorziening op allerlei manieren: je helpt elkaar, je staat elkaar bij, het is een band die je met elkaar hebt. Dat geeft je smoel, dat geeft je identiteit.’

Je komt binnen als infanterist, genezerik, of genist en dan word je binnen het regiment opgeleid door je vakbroeders.

Nieuwe wapens opgericht

Met de oprichting van het nieuwe wapen op 20 november 2020 ontwikkelt de landmacht het Informatiegestuurd Optreden. Het wapen wordt gevormd door 2 nieuwe traditieverbanden: het Korps Communicatie en Engagement (C&E) ‘Prinses Ariane’ en het Korps Inlichtingen en Veiligheid (I&V) ‘Prinses Alexia’. De militairen van beiden korpsen werken vanuit hun expertise voor verschillende eenheden van de krijgsmacht. Door de eenheden I&V en C&E onder hetzelfde dak te brengen, verbetert door nauwere samenwerking de informatiepositie en het begrip van de operationele omgeving. De nieuwe korpsen vormen ook een identiteit voor de vele militairen die tot nu toe waren ondergebracht bij de waaier aan bestaande regimenten, korpsen en dienstvakken die de KL rijk is. Militairen delen nu hun vakgebied met ‘soortgenoten’ en ook de tradities van vroegere eenheden uit het vakgebied zijn ondergebracht binnen C&E en I&V. Er zijn nieuwe emblemen ontworpen om de herkenbaarheid te vergroten, en nieuwe tradities zullen worden opgebouwd. (Bron: Defensie)

Emotionele band

‘Voor mij zit er nog een hele emotionele band aan. Ik noem het wel eens mijn familie van de genie’, zo vult kolonel Valk aan, ‘En je kunt wel overstappen naar een nieuwe wapen, naar een nieuwe familie, maar dan doe je die oude familie niet weg. En die familiecomponent zit in dat regiment. En bij een familie hoort het zorgen voor elkaar, elkaar helpen, en lachen en drinken met elkaar. ‘ Overste Van Dijk: Als mensen vanuit de opleiding bij de Verbindingsdienst kwamen, was het eerste wat we deden de regimentsemblemen uitdelen: je hoort nu bij het regiment.’

Want bij de landmacht kies je voor een wapen of dienstvak als je dienst neemt. Je gaat naar de infanterie, of genie, of logistiek, en in veel gevallen blijf je de rest van je carrière bij dat wapen of dienstvak. Degenen die overstappen naar een ander wapen, of Krijgsmachtdeel, worden vaak de rest van hun carrière aangeduid met voormalig-infanterist, oud-logistiekeling, of ex-landmachter. Generaal Ducheine draagt inmiddels de emblemen van de Militair Juridische Dienst. ‘Ik word nog steeds – en daar ben ik trots op – aangesproken als genist. Iedereen weet dat ik een jurist ben, maar in mijn gedrag zien mensen toch nog de genie’, zegt hij. ‘En het mooie is: je voelt het nog als trots ook. En dat is de essentie!’, buldert kolonel Valk, die zijn liefde voor het Wapen van de Genie niet onder stoelen of banken steekt. 

Vijf pijlers

‘Het traditiebestel  heeft eigenlijk vijf belangrijke pijlers’, zo gaat overste Van Elten onverstoorbaar verder tussen de luidruchtigheid van de genisten aan tafel. ‘Het gaat om erkenning van het specialisme, de kennisborging en scholing, saamhorigheid van het zittende personeel, de zorg voor oudgedienden, en tot slot de herkenning van de identiteit.’ Al die aspecten samen zorgden ervoor dat de Landmacht reden zag tot oprichting van het Wapen van de Informatiemanoeuvre, zegt Ducheine: ‘De oprichting van dat nieuwe wapen kwam vanuit vragen van twee gemeenschappen binnen de Landmacht. Het waren al twee functionele gemeenschappen: De een was de inlichtingen en veiligheidsgemeenschap  en de anderen was 1 CMI Commando, waarbij CMI staat voor Civiel-Militaire Interactie. De Commandant van 1 CMI kwam bij ons en zei: ik heb een eenheid, ik heb een specialisme, ik heb mensen, ik heb reservisten, ik heb veteranen, maar ik mis een stok in de grond waar iedereen omheen kan gaan staan en waar iedereen zich thuis voelt: een vaandel. Is er een mogelijkheid binnen het traditiebestel om dat vorm te geven? Diezelfde vraag leefde al enige tijd binnen inlichtingen- en veiligheidsgemeenschap. Toen hebben we dat samengebracht en een wapen gecreëerd waar die specialismen zijn onder gebracht: Information Manoeuvre met daaronder twee specialisaties: Communicatie & Engagement en Inlichtingen & Veiligheid. Ze misten een huis, en dat hebben ze nu.’

Het gaat om erkenning van het specialisme, de kennisborging en scholing, saamhorigheid van het zittende personeel, de zorg voor oudgedienden, en tot slot de herkenning van de identiteit.

Vaandels en standaarden

De vaandels en de standaarden binnen de krijgsmacht staan voor trouw, eenheid en eergevoel. Ze vormen het symbool van de onderlinge verbondenheid tussen de militairen van een onderdeel. Of zij nu actief dienend of gepensioneerd zijn. Vaandels en standaarden zijn ook het uiterlijke teken van de band tussen een eenheid en het Koninklijk Huis. Niet minder dan 18 eenheden van de krijgsmacht mogen op hun vaandel vermelden dat zij in Afghanistan vochten. De vaandels met de nieuwe opschriften worden dit jaar met ceremonieel uitgereikt (Bron: Defensie).

Saamhorigheid voor gevechtskracht

En binnen dat huis wordt gebouwd aan saamhorigheid. Want die saamhorigheid  is misschien wel de belangrijkste reden om de regimenten en korpsen binnen de Krijgsmacht op een voetstuk te plaatsen. Kolonel Valk zegt het zo: ‘De kern is dat als je gaat vechten en je met je voeten in de blubber in levensbedreigende omstandigheden zit, je op elkaar kunt vertrouwen. Dat maakt dat de noodzaak van die binding van die groep zo groot is. En dat maakt het anders dan het bedrijfsleven. Ik zat hier laatst met mensen die gevochten hebben in de slag om Chora, en alleen het feit dat ze daar gevochten hebben maakt dat ze een enorme binding hebben.‘ Van Elten vult aan: ‘Saamhorigheid levert misschien wel de belangrijkste functie in de gevechtskracht. De gemiddelde militair vecht niet voor volk en vaderland. De gemiddelde militair vecht voor de vent naast hem, voor zijn buddy.’ Ducheine beaamt: ‘Maar hij kan er blind op varen. Daar zijn al deze dingen voor. Je moet elkaar blind kunnen vertrouwen, want dat scheelt tijd en dat scheelt levens.’

Mineurslied en brandewijn

Tradities ontwikkelen zich en ontstaan soms bijna vanzelf. Zo zijn militairen van de genie die op uitzending gaan begonnen met het zingen van het Mineurslied vlak voor vertrek. Ze nemen dan eerst een glas brandewijn, en zingen dan hun lied. De Regimentsadjudant is daar in principe bij aanwezig. Kolonel Burg Valk vertelt: Dat maakt zo’n indruk op die militairen. En dat doe je om de saamhorigheid tussen die gasten te waarborgen. Om te zeggen: mannen, wij van de genie gaan het fiksen. Met elkaar.’

‘Maar van buiten zien mensen dat niet’, vervolgt de generaal, ‘Die zien het ceremonieel en de mooie uniformen. Maar militaire gevechtskracht bestaat uit drie componenten: fysieke componenten (de spullen), de conceptuele component (De doctrine, onze strategie) en die steunen op de mentale component. Je kunt nog zo’n mooi plan hebben, maar als mensen niet durven, of bang zijn, of elkaar niet vertrouwen, dan stort dat systeem in, dan verdwijnt de wil om te vechten.’ Valk verduidelijkt: ‘Die saamhorigheid heb je op het gevechtsveld nodig, want zonder elkaar kun je niet. En alle tradities en symbolen zijn de instrumenten om die saamhorigheid voor elkaar te krijgen, want daarmee overleef je op het gevechtsveld.’

Als mensen niet durven, of bang zijn, of elkaar niet vertrouwen, dan stort dat systeem in, dan verdwijnt de wil om te vechten.

Overgenomen en nieuwe tradities

Alle militairen wereldwijd hebben zo hun tradities en symbolen. Luchtlandingstroepen zijn herkenbaar aan een rode baret, commando’s aan een groene. En vrijwel alle grotere militaire verbanden hebben een vaandel. Maar hoe zit dat met nieuwe eenheden? Hoe komen die aan hun tradities? Van Elten: ‘Bij de nieuwe wapens hebben we letterlijk tegen elkaar gezegd: wij gaan nieuwe korpsgeschiedenis schrijven. Je ziet dat we bij de livestream iets heel kunstmatigs gedaan hebben. We hebben gevraagd om alle nieuwe leden van het Korps een selfie te maken op het moment van oprichting van het nieuwe korps. Want daarmee begint de korpsgeschiedenis, met die livestream. Normaal gesproken gooien we honderden militairen op een terrein, met toespraken en militaire muziek, maar dat kon niet. Maar die selfies zijn nu allemaal verzameld, en die worden bewaard door het regimentsbestuur.’

Regimentscommandant van de Verbindingsdienst Van Dijk vult aan: ‘Het Korps Inlichtingen en Veiligheid heeft natuurlijk tradities overgenomen van de inlichtingendienst, en het Regiment Huzaren Prinses Catherina Amalia (RHPCA – zie kader) heeft ook tradities overgenomen van bestaande regimenten. Maar je moet dan gaan kijken: welke tradities passen nog in deze tijd. Je kunt je bijvoorbeeld afvragen of RHPCA in deze tijd nog tafelzilver moet hebben, wat een cavalerietraditie is. Maar het eerste wat de regimentscommandant roept is: we moeten we tafelzilver hebben, want dat heeft elk cavalerieregiment gehad.’

Regimenten samengevoegd

Op 20 november 2020 werden het Regiment Huzaren Van Sytzama, het Regiment Huzaren Prins van Oranje en het Regiment Huzaren Prins Alexander samengevoegd tot het Regiment Huzaren Prinses Catharina Amalia. Het regiment voert de oude zware cavaleriekleur hemelsblauw die in een moderne setting verwijst naar het staal van de tanks en ook de regimentskleur zou zijn geweest van het in 1946 geplande maar nooit opgerichte 1e Vechtwagen(tank)regiment. (Bron: Defensie.nl)

Identiteit

En zo zijn die tradities en emblemen ontzettend belangrijk. Overste van Dijk gaf al aan dat het eerste wat gedaan werd het uitreiken van de regimentsemblemen was. En ook Burg Valk probeert het zaadje van de genie al snel in te planten bij de jonge lichtingen. ‘Wij geven die jonge gasten van 17 van de VeVa-opleiding een t-shirt: het leven begint bij de genie. Mooi dat ze dat vinden!’

Overste van Dijk bij de herdenking van de gevallenen

Want hoe individualistisch de jonge generaties ook lijken op te groeien, de symboliek past ook gewoon in deze tijd, zegt overste van Dijk: ‘Het sluit ook nog aan bij de jongeren. Want waarom dragen ze sneakers? Waarom dragen ze een tatoeage? Dat is omdat ze ergens bij willen horen, want mensen zijn sociale wezens.’ Valk: ‘Het zijn ook nog pubers. Ook de Z-generatie, die nu binnenkomt zoekt naar identiteit. Dus ik gebruik de symbolen van de genie om die mensen te binden. Een van de eerste dingen die we doen is ze het museum injagen en vertellen wat de genie is en doet. En de regimentsadjudant speelt daar een belangrijke rol is.’

Hoe diep die verbondenheid met een regiment zit en hoe daar binnen het traditiebestel mee wordt omgegaan, onderstreept de kolonel met een voorbeeld: ‘Wat een persoonlijke frustratie is, is dat we doorstromers hebben: soldaten en korporaals die naar de KMS gaan. Die zijn dan genist, en dan worden er twee dingen gedaan: dan moeten ze hun embleem inleveren en dan moeten ze ook hun straatnaam (het mouwopschrift Korps Genietroepen) inleveren. Nou, dat is voor die mannen echt een issue.’ Ducheine haakt er in zijn rol als voorzitter van de traditiecommissie op in: ‘Bij de traditiecommissie hebben we dan ook gezegd dat we dat niet meer gaan doen. Maar het duurt blijkbaar even voordat zoiets teruggedraaid wordt. Je ziet dan dat identiteiten botsen, want dat opleidingsinstituut heeft ook een eigen identiteit waar een taal bij hoort. En over emblemen gesproken: De 13e Brigade heeft een neushoorn als symbool. Twee jaar geleden kwam de vraag bij de traditiecommissie: we zijn een lichte brigade – vroeger een pantserbrigade – maar nu een lichte brigade, dus kunnen we die neushoorn niet ‘pimpen’? Toen hebben we die neushoorn wat lichtvoetiger gemaakt. Die gasten zijn daar heel erg gespitst op. ‘

En er wordt niet zomaar wat gedaan, zegt Van Elten die op zijn embleem van het korps Communicatie & Engagement wijst: ‘De papyrusrol, het zwaard, de kleurstelling. Het heeft allemaal een functie. Daarin wordt deels teruggegrepen op de geschiedenis, maar ook op de functionaliteit van het Korps. Zo wordt een solide basis gelegd waar ook een verhaal bij komt, en waar je verder op kunt bouwen, en wat je kunt gebruiken om de saamhorigheid binnen de eenheid vorm te geven. En daarom is dat belangrijk en soms lastig uit te leggen aan buitenstaanders.’

Het Korps C&E

Het schaakstuk paard is de blikvanger op het embleem van het Korps C&E. Verder zijn een papyrusrol en zwaard zichtbaar. Het paard staat internationaal symbool voor informatie-operaties, het papier verbeeldt communicatie en het zwaard doelgerichtheid. De oranje kleur verwijst naar ambitie, creativiteit en aantrekkingskracht en laat de verbondenheid met de natie zien. Het credo van het Korps luidt ‘Noster Animus Nostrum Telum’ wat ‘Onze geest is ons wapen’ betekent. Moedereenheid is het 1 Civiel Militair Interactie Commando (1 CMICo). (Bron: Defensie)

Daarnaast is er nog een heel belangrijk aspect aan de binding met het regiment, want ook de veteranenzorg en zorg voor oudgedienden is rondom de regimenten georganiseerd. En dat is waarin de regimentscommandanten ook een belangrijke – formele – rol hebben.

Je kunt veteranen niet loslaten. Dat is niet alleen onfatsoenlijk, het schendt ook het vertrouwen in het systeem.

Van Elten legt uit: ‘Als je aan de voorkant gaat rommelen aan die regimenten, gebeurt er iets aan de achterkant. Neem bijvoorbeeld de 13e Brigade. Daar heb je voor de infanterie het regiment Prinses Irene, en het regiment Limburgse Jagers. Als je zegt: daar maken we nu 1 regiment van, dan vervreemd je degene die gediend hebben bij Prinses Irene of de Limburgse jagers. En dat is een afweging die je moet je maken, want je wil iedereen er toch bijhouden.’ Generaal Ducheine vervolgt: ‘Wij zijn een bedrijf dat heel extreme dingen vraagt van onze mensen. Daar kunnen schokkende ervaringen bij horen, en dan houdt het niet op als je de dienst verlaat. Dat zie je nu ook aan WOII veteranen, Indië-veteranen, en Libanonveteranen. Die kun je niet loslaten. Dat is niet alleen onfatsoenlijk, dat schendt ook het vertrouwen van de huidige generatie in het systeem. En daarom is er ook de veteranenwet.’ Burg Valk stipt gelijk het belang van het familiegevoel van de regimenten aan: Een keer in de maand word ik wel geconfronteerd met een veteraan die hulp nodig heeft en daarvoor naar zijn ‘familie’ gaat.’

Om die hulp te bieden is er een heel netwerk dat klaarstaat om, als het moet, van alles te regelen zegt Van Dijk: ‘Ja, de nuldelijns ondersteuning. Mijn vrouw werkt bijvoorbeeld bij het veteranenontmoetingscentrum in Ede. We hadden daar een Paasbrodenactie en dan komen die oudgedienden langs. En het eerste wat mijn vrouw ’s avonds tegen me zei was: die drie mannen moet je nu echt even bellen. Dan weet je dat je met het netwerk van ondersteuners aan de slag moet. We kregen vorig jaar ook contact met een veteraan via de maatschappelijke dienstverlening. Die werkt nu ook in het veteranencentrum. Als we dat niet hadden gedaan, was hij waarschijnlijk ontspoord. Hij gaf zelf ook aan dat hij blij is dat hij terug is bij zijn familie van Verbindelaars.’

Door: Eduard van Brakel

Foto’s: ministerie van Defensie, foto Paul Ducheine door Deborah Roffel

Eduard van Brakel

2 reacties op “De kracht van het regiment: zonder onderling vertrouwen stort het systeem in

  1. Klinkt in ieder geval wel. Of het echt allemaal meewerkt aan de daadwerkelijke operationele gevechtskracht is zeer dubieus. Het zijn w.m.b. nog nier meer dan theoretische modellen, die op geen enkele wijze hun bestaans en/of daadkracht kracht hebben bewezen. Maar aan de blah, blah ligt het niet. Ben bang dat het uiteindelijk alleen showing the flag zal zijn, want wat wordt er nu uiteindelijk gezegd? Herken deze manouvres maar al te goed. We zullen het zien.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.