‘Defensie heeft militair geruisloos monddood gemaakt’

De Nederlandse democratie is geschraagd in de Grondwet. Het recht op vrije meningsuiting is recent onderwerp geweest van politieke discussie. De gewraakte ‘Imam petitie’ wilde dit recht begrenzen voor hun profeet, waarop Kamerbreed fel op is gereageerd.

Defensie heeft intussen de militair geruisloos monddood gemaakt door een door de Secretaris-Generaal van het ministerie uitgevaardigde ‘aanwijzing’, die militairen hun existentiële recht op vrije meningsuiting ontzegt. Iedere vorm van externe communicatie moet vooraf worden goedgekeurd. Zoals de publicatie van artikelen, contacten met media en Kamerleden en deelname aan interne politieke partijdiscussies. Deze aanwijzing is schadelijk en gevaarlijk. Ten eerste raken we hier de randen van de vrijheid van meningsuiting en gaan daar mogelijk zelfs overheen. Ten tweede werkt de aanwijzing de angstcultuur in de hand en wordt de (sociale) veiligheid binnen defensie verder aangetast. Elk creatief positief kritisch initiatief wordt zo in de kiem gesmoord.  Waar dat toe kan leiden wordt geïllustreerd door de recente gebeurtenissen bij de Belastingdienst.

Deze aanwijzing van de SG is schadelijk en gevaarlijk

Militair niet erkend als professional

Deze ontwikkeling past in een tendens die al jaren heerst. De militair wordt niet erkend als professional en de kern van onze slagkracht, maar wordt in de traditie van het Stalinisme gezien als vervangbare productiefactor die stil moet zijn en uitvoeren. Mede hierdoor hebben militairen formeel geen invloed meer op het beleid van Defensie, de hoogste militair is alleen verantwoordelijk voor de uitvoering. Deze vervreemding tussen de politieke top en de werkvloer leidt tot haperend beleid, sturen op incidenten en verlammende kramp. Mede hierdoor is Defensie niet meer in staat, ook maar bij benadering, aan de opgedragen grondwettelijke taken te voldoen, hetgeen overigens door de Minister van Defensie zelf is bevestigd. En het parlement ontbeert de kennis en de wil om hierop aan te slaan.

De militaire professie is uniek en gaat in ultimo over leven en dood. Dan moet je de mensen waarvan je die offers vraagt wel serieus nemen.

Stel dat minister Slob hetzelfde gebod uitvaardigt en alle leraren verbiedt met pers en politieke vertegenwoordigers te communiceren. Nederland zou in alle geledingen te klein zijn, het Malieveld bestormd en bezet. De Bijzondere Positie van de militair kent  beperkingen, maar mag nimmer leiden tot een situatie waarin de krijgsmacht niet kan leveren en niemand dat mag zeggen. Want de militaire professie is uniek en gaat in ultimo over leven en dood. Dan moet je de mensen waarvan je die offers vraagt wel serieus nemen.

Een legitieme opdracht mag niet geweigerd worden

Zeker omdat, ondanks alles, een militair nooit een legitieme opdracht mag en zal weigeren. Dit was al in 1672 opportuun: “De Heeren hebben mij niet te verzoeken, maar te gebieden, en al wierd mij bevoolen’s Lands Vlag op een enkel schip te voeren, ik zou daarmee t’zee gaan en daar de Heeren Staten hunne Vlag betrouwen, zal ik mijn leven waagen”. Het gold ook in 1939, toen de krijgsmacht met gebroken geweren kansloos moest vechten. En het blijft gelden in een toekomst die verre van veilig is. Dat legt een buitengewone politieke, staatsrechtelijke, maar vooral ethische verantwoordelijkheid bij de politiek en de leiding van het Ministerie. Handel daar ook naar.

Door: Paul van Campen en Pieter Haitsma Mulier

Paul van Campen is luitenant-kolonel der Infanterie b.d.
Pieter Haitsma Mulier is reserve-luitenant-kolonel der Cavalerie

Foto: ministerie van Defensie

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in De Telegraaf

Een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.