Tradities, burgerdoden, en de bijzondere positie van de militair

Beste mevrouw Bijleveld,

Een paar weken terug was ik in Velsen. Ik was bij een beëdiging van militairen van het regiment Huzaren van Boreel, een beëdiging die werd geleid door overste Jaap Boreel, een nazaat van jonkheer Willem Francois Boreel, de oprichter van het regiment. De ceremonie vond plaats op landgoed Beeckestijn, een landgoed dat eigendom was van Willem Francois Boreel. Historische grond dus.

Beëdiging regiment Huzaren van Boreel (foto: Huzaren van Boreel)

Vaandelopschriften

En minister, u weet als geen ander dat er binnen de Krijgsmacht heel veel van deze tradities en historische feiten te vinden zijn. Daarom is het zo goed en belangrijk dat er nieuwe vaandelopschriften worden aangebracht op de vaandels van maar liefst 18 onderdelen van de Krijgsmacht voor hun bijdrage aan de strijd in Afghanistan. Die vaandelopschriften zorgen voor een versteviging van de historie van betrokken onderdelen, en zorgen voor trots en verbondenheid bij betrokken militairen. Daarbij geven de opschriften aan waarom de Krijgsmacht in essentie bestaat: het voeren van strijd, het voeren van oorlog.

Ondanks alle ceremonieel en mooie uniformen, moeten militairen allemaal kunnen vechten. Ze moeten bereid zijn strijd te voeren, vijanden uit te schakelen, en geweld te gebruiken. Daarvoor worden militairen getraind en opgeleid, en krijgen ze de middelen om dat goed en effectief te doen. En daarvoor bestaan regels, soms als rules of engagement tijdens een missie, en ander is er altijd nog het oorlogsrecht waar militairen zich aan moeten houden.

Bijzondere positie van de militair

Dat is ook een onderdeel van de bijzondere positie van de militair. Die is de drager van het geweer, als onderdeel van de zwaardmacht van de overheid. In de eed of belofte die elke militair aflegt, komt dat mooi tot uiting: ‘Ik beloof trouw aan de koning, gehoorzaamheid aan de wetten, onderwerping aan de Krijgstucht. Dat beloof ik.’ Naast de ‘gewone’ wetten, geldt voor een militair ook nog de Krijgstucht, militaire wetten die voor gewone burgers niet gelden. Een militair doet daarbij afstand van bijvoorbeeld zijn stakingsrecht, maar hij kan daardoor ook niet meer naar een gewone huisarts en moet naar een militaire dokter.

Oorlog

Regels gelden ook voor de oorlogsvoering. Zomaar schieten, of in het wilde weg bommen gooien is er niet bij. En elke inzet van wapens wordt getoetst door het OM en gerapporteerd aan de regering. Maar ook als iets zorgvuldig gebeurt, kunnen er doden vallen, zelf onschuldige doden. Zoals in 2015 in Irak, toen er 70 burgers omkwamen na een aanval op een autobommenfabriek. Dat sommige leden van de Tweede Kamer daarvan op hun achterste benen staan, is vreemd. Ten eerste omdat het voorval gewoon gemeld was aan de Kamer, en het geweld getoetst was door het OM, maar ten tweede ook, omdat Nederland in Irak, maar ook in Afghanistan in de frontlinie aan het oorlogvoeren was. Het is een beetje wereldvreemd dat er dan wordt opgekeken van het feit dat er slachtoffers vallen, zeker omdat uit de beschikbare informatie blijkt dat het inlichtingenproces goed is doorlopen, er een kleine bom is gebruikt om zo min mogelijk nevenschade te maken, en die bom met uiterste precisie op exact de goede plek is terechtgekomen. Alleen had IS er veel meer explosieven opgeslagen dan uit de inlichtingen bleek, waardoor er een halve wijk is opgeblazen, met onnoemlijk veel leed en 70 onschuldige doden tot gevolg. Je zou ook kunnen zeggen dat er (weer) een oorlogsmisdaad is gepleegd door IS door burgers te gebruiken als een soort menselijk schild, want wie bouwt er nu een bommenfabriek in een woonwijk?

Inzet in opdracht politiek

Maar minister, juist die inzet – vaak met gevaar voor eigen leven – in de frontlinie, gekoppeld aan de bijzondere inzet van de militair, zou voor een sterke back-up door politiek moeten zorgen. Zeker omdat de politiek – de regering – de opdrachtgever is, en militairen, zoals u zelf ook zei, altijd moeten klaarstaan. Maar aan die steun en back-up heeft het de laatste decennia wel ontbroken. Mede daardoor kunnen missies niet voortgezet worden. Door onderfinanciering van de Krijgsmacht zijn er te weinig spullen. En door onderwaardering van de militair is er te weinig personeel. De nieuwe CAO is een stap in de goede richting. De stapjes die gemaakt worden qua financiering zijn ook stapjes in de goede richting. Maar mede doordat militairen geen stakingsrecht hebben, en ze eigenlijk geen echt actie kunnen voeren, is hun onvrede minder zichtbaar dan de onvrede van boeren, of onderwijzend personeel dat (terecht) weer gaat staken op 6 november. Maar juist daarom zouden politici zich veel harder moeten maken voor de militair, en voor de Krijgsmacht. Juist nu de wereld steeds onveiliger aan het worden is.

Visie en moed bij politici?

Maar daarvoor is wel visie nodig. Daarvoor is ook moed nodig bij politici, omdat ze dan voor de verandering niet moeten kijken naar wie het hardste schreeuwt, en naar wat electoraal het voordeligst is, maar moeten kijken naar wat echt nodig is. Want juist militairen hebben politieke steun nodig, omdat ze voor diezelfde politiek bereid zijn om hun leven in de waagschaal te stellen. Want dat hebben ze beloofd, dus doen ze dat, zonder dralen. En daarom minister, het wordt tijd dat u, samen met premier Rutte, de belofte van 2014 gaat waarmaken: op naar de 2 procent financiering. En het personeel op 1!

Met vriendelijke groet,

Eduard van Brakel

Foto beëdiging: Regiment Huzaren van Boreel
Overige foto’s: Ministerie van Defensie

2 gedachten over “Tradities, burgerdoden, en de bijzondere positie van de militair

  • 24 oktober 2019 om 23:18
    Permalink

    De mannen van Willem Boreel
    Dat waren de blauwe huzaren
    Die dronken vaak voor het moreel
    Alsof ze de laatsten waren

    JC van Sytzama, baron
    Commandeerde dragonders, de zware
    ‘t Waren kurassiers toen alles begon
    Maar aan’t eind waren ze witte huzaren.

    Beantwoorden
  • 25 oktober 2019 om 09:47
    Permalink

    Wellicht is het wijs om gezien de vulling en de demografische ontwikkelingen eens te wijzen op mogelijkheden ter vergroting van de gevechtskracht met onbemenste systemen. Robotica en autonome systemen zouden een investering in die context meer dan rechtvaardigen. Bovendien draagt het gebruik van dergelijke middelen en systemen additioneel bij aan het verminderen van de risico’ s voor de militair. Omdenken is het devies, technologie/innovatie en defensie zouden hand-in-hand moeten gaan. Dat vereist overigens ook een andere mindset daar waar het veiligheid, beveiliging en toegang tot defensiecomplexen betreft. Partners zijn immers partners, niet alleen voor de Buhne!

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.