Maar wat dan wel?

Retetrots was ik ooit toen ik het uniform aantrok. En toen ik wegens fysieke klachten de dienst uitging, wist ik dat ik altijd spijt zou houden van die beslissing. Maar trots ben ik nog steeds. Trots op de Krijgsmacht, op al het Defensiepersoneel, en op militairen in het bijzonder. Daarom doet het ook zo’n pijn om te zien hoe de organisatie is uitgehold, en bijna op de knieën is gedwongen door politici die maar oninbaar vredesdividend bleven innen, en de militaire leiding die de bezuinigingen enthousiast uitvoerde en het verkocht met mooie verhalen over een kleinere en slagvaardige Krijgsmacht. Pijn doet het nu om de leegloop te zien, maar bovenal doet het pijn om te zien dat beloften keer op keer worden gebroken.

Benoemen

Het benoemen van problemen heb ik vaak gedaan. En dat wordt gewaardeerd, maar soms ook niet. Soms wordt het benoemen van problemen gezien als het bijdragen aan het kapotmaken van de Krijgsmacht. Ik krijg dan te horen dat er ondanks dat er veel fout gaat, er ook veel goed gaat, en dat alleen positieve verhalen helpen om de Krijgsmacht er bovenop te helpen.

Ik denk dat dat ook helpt. Zeggen wat er goed gaat helpt. Natuurlijk helpt dat. Net zoals dat zeggen wat er fout gaat ook helpt. Maar er is iets wat nog veel beter helpt. Er is iets dat antwoord geeft wat anders helpt. En dat wat anders geeft geen antwoord op veel vragen waar Defensie en het personeel mee worstelt. Om vrijwel alle problemen binnen en met de Krijgsmacht op te lossen is er maar 1 ding nodig, en als dat ene ding wordt gedaan, dan volgt de rest van de oplossingen vanzelf:

De begroting moet naar 2% BNP, zoals afgesproken in NAVO-verband, zoals is bevestigd in 2014, en zoals onze bondgenoten van ons verwachten.

Als de begroting stijgt

Want, als de begroting stijgt naar van 10 miljard naar die ongeveer 16 miljard dan kan:

  • Er gemakkelijk een veel betere CAO worden afgesloten
  • De basisgereedheid  van de Krijgsmachtop orde komen
  • Er meer aan werving worden gedaan
  • Er meer en moderner materieel worden aangeschaft
  • Het Oefenprogramma Krijgsmachtbreed worden uitgebreid
  • De voorraad reserve-onderdelen worden aangevuld
  • Er meer aan innovatie worden gedaan
  • De Nederlandse Defensie-industrie worden versterkt
  • Nederland aan zijn bondgenootschappelijke verplichtingen voldoen
  • Defensiepersoneel weer trots zijn op de Krijgsmacht

Als die ene belofte wordt ingevuld, dan kan ook de belofte om het personeel op 1 te zetten worden  ingevuld. Dan kan ook de belofte die in de grondwet staat – het verdedigen van het Koninkrijk en het bevorderen van de internationale rechtsorde – worden ingevuld. Dan hoeven er alleen nog sporadische misstanden gemeld te worden, en kan ik vooral de mooie verhalen van militairen die trots zijn op hun werk, trots zijn op ‘de baas’ blijven optekenen.

Trouw, trots, loyaal

Trouw, trots en loyaal

Want er is bijna geen beroepsgroep die zo trouw, trots en loyaal is als de militair. En die trouw, trots en loyaliteit moet nu beloond gaan worden, met een fatsoenlijke CAO. Beloond met een beloning die vanzelfsprekend had moeten zijn, namelijk het nakomen van een belofte.

Die ene belofte

Dus als er weer eens wordt gevraagd, maar wat dan wel? Wat dan wel in plaats het benoemen van het negatieve? Dan is het antwoord: het nakomen van een belofte. Het enige wat Defensie nodig heeft, is dat de verantwoordelijken doen wat ze hebben beloofd.

Hoe moeilijk kan het zijn?

Door: Eduard van Brakel

Foto’s: Defensie.nl

4 gedachten over “Maar wat dan wel?

  • 5 april 2019 om 19:38
    Permalink

    De politiek heeft defensie lachend verkwanseld en in de vernieling geholpen. Geen visie of enig historisch besef is zichtbaar.
    Dat de loyale militair nu zijn heil elders zoekt mag de politieke ( en defensie ) top zich grotendeels zelf aanrekenen.

    Beantwoorden
    • 6 april 2019 om 15:34
      Permalink

      De politiek heeft defensie verkwanseld met behulp van de militaire top. Wat in het artikel wel staat.
      Had/ heeft de militaire top wél visie en historisch besef?
      Dat militairen vertrekken heeft ook te maken dat men het nog steeds normaal vind dat om de drie jaar van functie wordt verandert. Er wordt wel aangegeven dat men 7 jaar op stoel mag, maar de commandant moet er wel akkoord mee gaan.

      Vroeger verhuisde de (loyale) militair mee. Al enige jaren niet meer. Toen werd men binnenslaper. Maar ook dat wil de (gemiddelde loyale) militair niet meer (kamer delen (als 40+ met een 20-jarige) / geen privacy )
      De doorstroming wordt lastiger (van Sgt1 naar Sm moet men nu 15 jaar sgt(1) zijn ipv 12 jr + niet elke SM stoel is een bevorderbare stoel dat is een KL militaire beslissing )
      Vroeger waren er geen sergeanten van 40+ nu zijn er vele. Weinige gaan de dienst als adjudant want er zijn (door de militaire top) regels opgesteld om adjudant te worden.

      Het wijzen naar de politiek omtrent hoe er wordt omgegaan met militairen is voor mij te kort door de bocht. Als de politiek met positieve maatregelingen komt dan steekt de militaire top er vaak een stokje voor door er allerlei eisen aan te hangen.

      Beantwoorden
  • 8 april 2019 om 20:02
    Permalink

    Als recruiter bij defensie word ik een beetje vervelend van termen als: “Er meer aan werving worden gedaan”
    Met de werving is absoluut niets mis mee, we hebben nog nooit zoveel kandidaten aangesteld als vorig jaar. In het eerste kwartaal van 2019 hebben we alleen al bij CLAS meer dan 40% van de aanstellingsopdracht aangesteld…. en het jaar is pas 3 maanden en 1 week oud!!

    De werving loopt HARTSTIKKE GOED!!
    #jemoethetmaarkunnen

    Beantwoorden
    • 15 april 2019 om 09:21
      Permalink

      Het is nooit de werving geweest waar het fout zit, maar meer bij de top en de politiek.
      Tevens het behouden van personeel slaat ook de plank volledig mis aldaar.

      Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.