Militairen letterlijk in de kou, is de ‘stas’ wel capabel?

‘De Nederlandse militair staat in zijn hemd’, zegt Tweede-Kamerlid Stoffer van de SGP. En dat in je hemd staan is sowieso al vervelend, maar helemaal als het -20 is in Noorwegen en je geen goede winterjas hebt om aan te trekken. Militairen die op oefening Trident Juncture gaan, moeten zelf een koudweer-pakket aanschaffen, ter waarde van 1.000 euro, omdat Defensie de spullen niet op voorraad heeft. En met een soldaten-salaris van 1600 euro bruto per maand, is dat een behoorlijke investering.

Oefeningen ruim van te voren bekend

Dat Defensie dit voorstelt aan het personeel is bizar. Zeker omdat een grote oefening als Trident Juncture al zeker een jaar, maar waarschijnlijk al minstens 2 jaar bekend is bij de planners van Defensie. Dat betekent dat Defensie ook al minstens een jaar weet welke eenheden naar die oefening toe gaan, en wat die eenheden aan uitrusting en materieel nodig hebben. Dat het dan toch niet lukt om alle troepen van de juiste kleding te voorzien is een gotspe.

Wie controleert kwaliteit spullen?

En dan gaan de militairen naar een buitensportzaak. Ze moeten dan spullen kopen waarmee ze veilig kunnen werken. Wie controleert dat? Want zeker in koude gebieden is het juiste materiaal van levensbelang. En hoe zit het met de training en oefening in het gebruik van de juiste spullen? Kunnen we ervan op aan dat elke militair weet hoe alles gebruikt moet worden, en kunnen buddy’s elkaar wel helpen, ook in het donker, in een sneeuwstorm, als ze moe zijn en honger hebben?

En dan heb je het nog niet eens over de uitstraling van de militairen als ze met een allegaartje van materialen in alle kleurstellingen te velde gaan. Van enige organieke uitstraling is geen enkele sprake meer.

Als het niet kan zeggen we nee?

Het was CDS luitenant-admiraal Bauer die bij zijn aanstelling riep dat er ‘nee’ gezegd zou worden als iets niet gaat, niet goed is, of niet veilig is. Letterlijk schreef hij: We zeggen ‘nee’ als iets niet veilig of niet goed uitvoerbaar is of we passen de opdracht aan’. Het lijkt me dat dit nu zo’n gevalletje is waarbij ‘Nee’ gezegd moet worden. Het kan niet zo zijn dat de militaire leiding de troepen onder slechte weersomstandigheden instuurt, zonder hen van het juiste materieel te voorzien. Dat gaat niet, dat is niet goed, en het is niet veilig.

Is staatssecretaris de controle kwijt?

Barbara Visser (foto: Defensie)
Barbara Visser (foto: Defensie)

Staatssecretaris Visser was misschien niet te benijden met de organisatie die ze overnam, omdat in het verleden militairen ook al zelf uitrustingsstukken kochten voor als ze op uitzending gingen, of spullen moesten lenen in missiegebied. Maar het is ook een publiek geheim dat er binnen defensie kritiek op Visser is, omdat ze na haar aanstelling de Krijgsmacht runde alsof ze een kamerlid was, en niet als een taakvolwassen bewindspersoon. En nu lijkt het er zelfs op alsof zij de controle echt volledig kwijt is.

Want de portefeuille Personeel valt onder de verantwoordelijkheid van Visser: Er is grote verdeeldheid onder het personeel over het arbeidsvoorwaardenakkoord en er zijn 8.000 vacatures en de vulling van eenheden is vaak maar 65%. Niet op orde dus. Ze ook verantwoordelijk voor materieel: met de winterjassen en andere spullen die niet geleverd worden, is daar ook een groot probleem. Militairen klagen sowieso als dat ondanks het extra geld voor onderdelen van de Persoonlijke Gevechtsuitrusting niet op voorraad zijn. Daarnaast zijn er ook nog steeds tekorten aan onderdelen, voertuigen, vaartuigen en vliegtuigen, al is daar wel lichte verbetering te zien.

Maar je kunt je zeker afvragen of de ‘stas’ wel capabel is om een organisatie als Defensie te runnen. Want vooralsnog is het de gewone militair die nog steeds – letterlijk en figuurlijk – in de kou staat.

Door: Eduard van Brakel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *