Een appreciatie van het onderhandelaarsakkoord 2018-2020 Gezien vanuit een militair perspectief

Een totale structurele loonsverhoging van 7,53% (1,5% reeds ontvangen plus 3,9% en 1,93% eindejaarsuitkering) over de periode 1 januari 2018 tot en met 1 juli 2020 lijkt op het eerste gezicht een mooi resultaat. Zeker wanneer dit wordt afgezet tegen de 7,0% die binnen de sector Rijk (Rijksambtenaren) is overeengekomen en het bod van eveneens 7,0% dat binnen de sector Politie is uitgebracht. Toch biedt een kritische blik een heel andere uitkomst. De duivel zit namelijk in de details.

Plukt Defensie zure druiven?

Het akkoord binnen de sector Rijk loopt namelijk maar tot 1 juli 2020 en niet, zoals bij Defensie tot en met 1 juli 2020. De laatste salarisverhoging binnen de sector Rijk is daarbij ook (al) op 1 januari 2020. De laatste salarisverhoging van 2,13% binnen de sector Defensie volgt echter pas op 1 juli 2020. Voor de sector Rijk valt dit dus na het huidige akkoord en behoort deze dag dus alweer tot een nieuwe periode voor arbeidsvoorwaardenonderhandelingen. Daarmee is nog niet gezegd dat de sector Rijk op 1 juli 2020 ook daadwerkelijk 2,13% loonsverhoging gaat krijgen, maar de huidige situatie biedt daarvoor wel een goede uitgangspositie. Samengevat komt het er dan dus ook op neer dat de loonsverhoging over de overeenkomstige periode van 1 januari 2018 tot 1 juli 2020 geen 7,53% is t.o.v. van de 7,0% van de Rijksambtenaar, maar slechts 5,4%! Dat Defensie als eerste een akkoord heeft en hiervan vervolgens de zure druiven plukt zou overigens niet voor het eerst zijn. In 2010, vlak voor de nullijn, gebeurde dit bijvoorbeeld ook al eens. De laatste loonsverhoging bij Defensie kwam toen op 1 maart 2009 en bedroeg 2,5%. De sector Rijk wist nog een akkoord af te sluiten waarbij de rijksambtenaren in 2009 3,4% ontvingen en daar bovenop kregen zij in 2010 nog eens 2,9%! Voordat Defensie weer aan onderhandelen toekwam was daar toen de nullijn.
Naast voornoemde loonsverhoging is daar natuurlijk nog de extra WUL-schade sinds 1 januari 2015. Het deel van de zogenaamde ‘WUL-compensatie’ die militairen m.i.v. 1 januari 2015 uit eigen zak betalen. Deze extra WUL-schade bedraagt, afhankelijk van de hoogte van de maandelijkse wedde, op dit moment tussen de 0,07% en 1,32% (rekening houdende met VEB, vakantiegeld en eindejaarsuitkering). Hierbij geldt het hoogste percentage extra WUL-schade ook nog eens voor de laagst betaalde militairen. Maar ook voor een grote groep officieren die, zoals ook genoemd in het onderhandelaarsresultaat, toch al benadeeld worden met de andere maatregelen in dit onderhandelaarsakkoord, bedraagt deze extra WUL-schade toch ook al 0,99%!

Vergoeding Meerdaagse Activiteiten

Het harmoniseren van de verschillende vergoedingen voor de verschillende vormen van meerdaagse activiteiten is op zichzelf een positieve stap. Desondanks is er ook met de verhoging van het aansprakenniveau met 10% nog steeds sprake van een zeer schamele vergoeding voor de 24 uur inzet per dag: tussen de € 3,90 en € 4,82 per uur voor een reguliere ‘werkdag’ (waarop over acht uren reeds wedde wordt ontvangen) en tussen de € 2,60 en € 3,21 per uur voor een zaterdag of zondag. Ter vergelijking: het minimumloon per uur bedraagt al € 9,69 (2018) en zal m.i.v. 1 januari 2019 niet lager liggen!

Pensioen

Het onderhandelaarsakkoord stelt dat wordt onderkend dat de overgang naar een nieuw pensioenstelsel negatieve inkomsteneffecten kent voor militairen aan het begin van de loopbaan en in de lagere rangen. Positief is dan ook dat er structurele maatregelen worden getroffen om deze categorieën militairen te compenseren voor deze negatieve effecten.
Het onderhandelaarsakkoord stelt echter ook dat het nieuwe pensioenstelsel voor voornamelijk officieren slechter uitpakt. Voor hen komt er een ‘verzachtende maatregel’ met en tijdelijk karakter, waarvan de daadwerkelijke uitkomst echter nog ongewis is. Er wordt dus verzocht in te stemmen met iets onbekends. Anders gezegd: voor dit punt geldt nog volstrekte onduidelijkheid. ‘Toevallig’ betreft voornoemde groep voornamelijk militairen in dezelfde categorie voor wie de aanpassing van de UGM in het vorige arbeidsvoorwaardenakkoord ook het slechtste uitpakt(e): de groep 35 tot 48 jarigen. Door het treffen van al de negatieve maatregelen voor deze specifieke groep is het niet onlogisch wanneer de desbetreffende militair (bijna) gaat denken dat Defensie alsnog een tweede uitstroommoment rond de 40-45 jaar probeert te creëren.
Daarnaast wordt er gesproken over een aangepast loongebouw per 1 januari 2020. Over wat dit loongebouw gaat inhouden en wat de effecten daarvan zullen zijn op de pensioenaanspraken moet echter nog onderhandeld worden. Ook hier geldt dus dat er nog sprake is van volstrekte
onduidelijkheid.

Premievrijval

Naast de eerdergenoemde elementen blijkt dat het voornamelijk officieren betreft waarbij Defensie in het nieuwe pensioenstelsel goedkoper uit zal zijn. Voor hen komt de pensioenpremie verhoudingsgewijs lager uit dan momenteel binnen het eindloonstelsel. Aangezien de pensioenpremie voor een belangrijk deel betaald wordt door de werkgever, gaat Defensie hierop dus geld overhouden. Nu betreft pensioen en dus ook het werkgeversdeel van de pensioenpremie uitgesteld inkomen. Helaas valt in het onderhandelaarsakkoord nergens te lezen wat Defensie met het vrijvallende werkgeversdeel van de pensioenpremie van deze militairen doet. Vooralsnog lijkt dit niet terug te vloeien naar deze zelfde militairen. Wordt dit wellicht gebruikt om de welgenoemde compensatie voor de negatieve inkomenseffecten bij de lagere inkomens mede te financieren? Wederom: onduidelijkheid troef.

Vergoeding uitzendperiode

Eerder was al duidelijk dat Defensie de militairen nog steeds ziet als de goedkoopste werknemers van Nederland, met een overwerkvergoeding tijdens meerdaagse inzet die in het meest gunstige geval nog niet de helft van het minimumloon bedraagt. Dit ondanks de ophoging met 10%. Maar v.w.b. de pensioengevendheid gaat Defensie hier nog een stap verder in. Slechts 50% van deze summiere overwerkvergoeding wordt in het nieuwe stelsel pensioengevend. Datzelfde gaat ook gelden voor de nu nog dubbeltellende uitzendperiode.
Daarbij moet ten gunste van Defensie worden opgemerkt dat (uitsluitend) wanneer de militair de ‘eindstreep’ haalt (FLO-leeftijd), de pensioenopbouw gedurende de vanaf 01 januari 2019 opgebouwde inverdientijd 100% bedraagt (ipv 50%) en de pensioenpremie over het meerdere volledig ten laste komt van Defensie.

Dubbeltellende pensioengeldige tijd

Was daar eerder al de door Defensie verzwegen extra WUL-schade, ook binnen het huidige pensioenstelsel liggen er nog onduidelijkheden over premie’s, premieverdelingen en lijkt er sprake van verzwegen ‘foutjes’. Zo is daar de afspraak dat Defensie de dubbeltelling van de pensioengeldige tijd bij uitzending voor de rekening zou nemen. Al in 2014 is Defensie er op gewezen dat dit in de praktijk echter niet het geval is. Het zijn de militairen zelf die een belangrijk deel van de bijbehorende pensioenpremie betalen.
Nu wordt er weer gesproken over een soortgelijke regeling, binnen de fiscale mogelijkheden. Maar over de door de militairen sinds 2001 ten onrechte betaalde premie voor deze dubbeltellende pensioengeldige tijd tot nu toe is in het onderhandelaarsakkoord niets terug te lezen. En nogmaals: onduidelijkheid troef.
Samengevat: voor het overgrote deel bestaat het pensioendossier uit elementen waarover nog onderhandeld moeten worden. Het is dus voor een belangrijk deel onduidelijk wat nu exact hetgeen is waarop ja of nee moet worden gezegd.

Stilte vanuit militaire top

Hoofdkwartier luchtmacht (foto: Defensie)
Hoofdkwartier luchtmacht (foto: Defensie)

Wat opvalt is de stilte vanuit de militaire top van Defensie. Daar waar de CDS en de OPCO-commandanten zich in het recente verleden nog lieten horen over het ‘feit’ dat de militair toch vooral moest instemmen met het ‘uitstekende’ voorstel van de (toenmalige) Minister van Defensie, is het nu muisstil. In plaats van voor hun mensen te gaan staan en zich uit te spreken voor goede arbeidsvoorwaarden voor al het defensiepersoneel, klinkt er een doodse stilte vanuit het Plein-Kalvermarktcomplex, de Admiraliteit, Gebouw K9/10 op de Kromhoutkazerne en uit de Luchtmachttoren.

Vergeten zijn zij dat diegene die nu wederom het hardst geraakt dreigen te worden diezelfde zijn die de afgelopen jaren in de doorlaatpost, op de brug, in de walegang, op de voertuigplaat, in de bosrand, op het tarmac en in de werkplaats geprobeerd hebben het materieel aan de praat te houden en de mannen en vrouwen, ondanks alle sores, te motiveren om toch vooral bij Defensie te blijven. Zij, die wel daadwerkelijk invulling hebben geprobeerd om invulling te geven aan de ‘mooie woorden’ die van bovenaf al die tijd over hen heen stortte. Of zegt die stilte juist alles?

Conclusie

Alles overziend kan helaas niet anders dan geconcludeerd worden dat de militair het wederom moet doen met slechts mooie woorden. Weer blijft het daar echter bij en is de daadwerkelijke erkenning en waardering op dit moment (nog) ver te zoeken. Het enige positieve aan het onderhandelaarsakkoord is de richting waarin een deel van de inhoud zich begeeft: omhoog en vooruit. Nu nog een daadwerkelijke positieve invulling van de (gehele) inhoud!
Door: Luitenant-kolonel René Pieters EMSD *
* Luitenant-kolonel René Pieters EMSD (1971) was gedurende de periode 1 oktober 2009 tot 1 december 2015 hoofdonderhandelaar namens de CMHF-sector Defensie, een van de vier Centrales van Overheidspersoneel binnen de overlegsector Defensie. Bovenstaande appreciatie is volledig gebaseerd op openbaar beschikbare informatie.

17 gedachten over “Een appreciatie van het onderhandelaarsakkoord 2018-2020 Gezien vanuit een militair perspectief

  • 7 september 2018 om 19:00
    Permalink

    U slaat de spijker op zijn kop. Mooi geschreven.

    Beantwoorden
  • 7 september 2018 om 19:06
    Permalink

    Treffers, kanon stop!!!!! Superbe analyse waarop maar één reversed antwoord is: NÉÉ tegen dit foute akkoord. Sluit aan bij het publieke sector protest met alle bonden of overtuig de defensietop dat het roer om moet. Voor Defensie!!!

    Beantwoorden
  • 7 september 2018 om 19:31
    Permalink

    Het is idd een goed verhaal maar wat ik iedere keer mis is de positie van de burgerambtenaar. Of deze 12000 mannen en vrouwen die net zo hard werken en vaak de continuïteit waarborgen niet bestaan. Nu wordt er een heel verhaal opgetuigd waarin het pensioen gecompenseerd moet worden en er moeten verzachtende mastregelen genomen worden etc etc. Waar waren die maatregelen toen de burger naar het middenpensioen ging? Een pennenstreek en het was geregeld. Een aanhoudend geklaag over toelages. Wat krijgen burgers? Exact niets. Gister een voorlichting gehad en de beste man wist niet eens dat er burgers meevaren tijdens beproevingen. En die moet mijn belangen behartigen?!? Het wordt tijd dat men beide groepen gelijkwaardig behandelt met natuurlijk de specifieke taken van een militair niet uit het oog verliezend. Of zijn wij alleen goed om mee te stemmen als de militair geraakt wordt door maarmtregelen en zijn deze zelfde militairen niet thuis als wij vragen om solidariteit?

    Beantwoorden
    • 7 september 2018 om 21:09
      Permalink

      Helemaal mee eens Gert Jan. De burgers binnen Defensie hoeven niet te rekenen op enige steun vanaf de militaire collegae. Het is vooral het militaire belang dat telt. De tweedeling wordt alleen maar groter. Wordt tijd dat de stabiele factor = burger ook eens actie gaat voeren. Zal snel blijken dat de gehele militaire poot van Defensie niet in staat is om enige vorm van activiteit uit te voeren.

      Beantwoorden
      • 8 september 2018 om 06:26
        Permalink

        Gert-Jan en Jan, graag hier niet alle militairen over één kam scheren! Zelf ben ik (als militair) van mening dat onze Arbeidsvoorwaarden voor al het Defensiepersoneel moet gelden. Een uitzondering zou hierin dan voor het militaire uitvoerende aspect gemaakt dienen worden.

        Overigens al bij een voorlichting van de HDP (met vragen hierover) geweest?

        Beantwoorden
    • 8 september 2018 om 08:44
      Permalink

      Volgens mij zijn de militairen in het verleden al solitair genoeg geweest met de burger collega’s! Klaarblijkelijk vergeet men snel.

      Beantwoorden
  • 7 september 2018 om 20:00
    Permalink

    Het is duidelijk : hier past alleen een hartgrondig “neen”.
    We zijn genoeg gepiepeld. Ik hoop dat dit op Prinsjesdag helder wordt, als militairen zich massaal ziek melden!

    Beantwoorden
  • 7 september 2018 om 21:10
    Permalink

    Helemaal mee eens Gert Jan. De burgers binnen Defensie hoeven niet te rekenen op enige steun vanaf de militaire collegae. Het is vooral het militaire belang dat telt. De tweedeling wordt alleen maar groter. Wordt tijd dat de stabiele factor = burger ook eens actie gaat voeren. Zal snel blijken dat de gehele militaire poot van Defensie niet in staat is om enige vorm van activiteit uit te voeren.

    Beantwoorden
  • 8 september 2018 om 07:37
    Permalink

    Helemaal eens met Gert Jan en Jan de Gier.
    Daarbij komt nog dat Defensie blijkbaar denkt al sinds de jaren ’90 de burgers tevreden te kunnen houden met (loze) beloftes over loopbaanbeleid. Elke CAO-onderhandeling weer. Waar blijft ons persoonlijk opleidingsbuget bv? En wordt ons loongebouw ook aangepast nu we jaren langer moeten werken of is het straks normaal om 15-20 jaar aan je max te zitten?

    Beantwoorden
  • 8 september 2018 om 09:52
    Permalink

    Goed verwoord. De uitleg op de Defensie intranet site en die in het ACOM-journaal laten een heel ander verhaal zien, waarbij er heel mooie getallen getoond worden en er niets over de onzekerheden gezegd wordt.

    Beantwoorden
  • 8 september 2018 om 11:02
    Permalink

    Ik heb reeds NEE gestemd. Er zijn teveel onduidelijkheden te onderscheiden in de gemaakte afspraken. Deze zijn door de indrukwekkende appreciatie van Overste Pieters nog eens onderstreept.
    Waar ik wel heilig in geloof is verbroederen met Zorg-Politie-Onderwijs-Defensie. Ik weet het, allemaal andere doelstellingen, maar als je als één blok deze overheid tegemoet gaat treden, zal men toch echt op de diverse departementen tot bezinning moeten komen. Gezamenlijk op de barricades, daarmee voorkom je “Heers en verdeel”.
    De militaire top, elk weldenkend werknemer van Defensie weet reeds zich mensen heugenis, dat zij het hoofd zullen laten hangen naar de politieke meesters. Daar zijn deze (vlag en opper) kameraden ook trouwens op geselecteerd.

    Beantwoorden
  • 8 september 2018 om 14:58
    Permalink

    Mee eens, wat ik ook niet begrijp is waarom de verhoging van de eindejaarsuitkering wordt meegenomen in de totale loonsverhoging (procentueel) wanneer deze daadwerkelijk maar eens per jaar wordt uitgekeerd, dient dit verhogingspercentage dan niet door 12 gedeeld te worden wanneer je deze wilt meenemen in de statestieken, daarnaast wordt een vergelijk gemaakt met overig rijkspersoneel terwijl deze al enige tijd een volledige eindejaarsuitkering genieten. Niet echt een eerlijke vergelijking lijkt mij zo.

    Beantwoorden
  • 8 september 2018 om 17:41
    Permalink

    Rest ook maar een conclusie de juiste.
    En dat is dat we alken massaal dit akkoord verwerpen door nee te stemmen.

    Beantwoorden
  • 9 september 2018 om 09:50
    Permalink

    Heren, Burgers (ik nu ook) en Militaire (geweest tot 2017), heb 41 jaar als militair gediend vanaf 1976, na oktober 2017, dit jaar als burger terug om te onder steunen en de zo gezegde 73% UGM aan te vullen. (eigen bijdrage ziekenfonds etc ~52% loonheffing)
    Maar die terug val van 73% bruto is meer en er komt veel meer bij kijken. Na inhouden 85 en latere nullijn handhaving hebben we denk ik wel recht op een 15 % opslag, vorige akkoord ging over opleidingsbudgetten en de jongere collega’s meer kans geven.
    Dat hebben wij oudere al jaren gedaan, de “kift ” tussen militair en burger is per krijgsmacht deel verschillend en ongelijk, maar bij DMO JIVC zijn er wel degelijk opleidingsbudgetten en die worden jammer genoeg beperkt gebruikt.
    Dus er is iets anders mis.?
    Maar wat?
    “Samen sterk” is een moto geweest net als: “van soldaat tot generaal”, Maar die laatste krijgt op moment van pensioen de Rijksambtenaren vergoeding dus heeft met defensie CAO niet meer te maken. Dan kun je de manschappen en burgers dus makkelijk weg strepen/geven blijkt.
    Huidige voorstel is dus “VER” onder de maat en is gedoomd te mislukken als wij als front er tegen in gaan.
    Mijn antwoord is dus ook “NEEN”.
    Gr Frans

    Beantwoorden
  • 9 september 2018 om 11:45
    Permalink

    Een duidelijk verhaal. Zelfs voor iemand die niet thuis is in het loon- en pensioenstelstel bij Defensie krijgt nu een duidelijk beeld van de plannen voor een nieuwe CAO.

    Beantwoorden
  • Pingback:Minister, wanneer komt dat personeel echt op 1? – Defensie-platform

  • 20 september 2018 om 15:48
    Permalink

    NEE stemmen dus. Terug naar de tekentafel. Hoe is het uberhaupt mogelijk om een onderhandelingsresultaat voor te leggen, waarin niet élk individu erop vooruit gaat? Oa. de mannen en vrouwen die tien jaar geleden nog moesten knokken in Afghanistan en nu tussen de 35-45 jaar oud zijn gaan er met dit resultaat keihard op achteruit. Werkelijk te zot voor woorden.Triest en beschamend zelfs……

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: