Pijn, trots en een groen hart

‘Ik heb een groen hart’, bulderde onze sergeant-instructeur op de KMA. Hij had zich zojuist voorgesteld met de woorden: ‘Mijn naam is Koot, en mijn voornaam is sergeant.’ Een op en top militair die man, met een groen hart. Hij zal inmiddels adjudant zijn, denk ik, of met FLO, maar een groen hart zal dé sergeant nog steeds hebben. Net zoals heel veel landmacht-militairen een groen hart zullen hebben, en ex-militairen dat ook nog hebben. En de militairen van de andere Krijgsmachtdelen zullen denk ik een blauw hart hebben, of ook groen, of een paars hart, maar in ieder geval hart voor de zaak. Een hart dat klopt voor Defensie.
Mijn hart is ook nog groen. Misschien dat het wat paarse schakeringen erin heeft zitten, maar mijn hart klopt ook voor Defensie. En daarom doet het me pijn om die misstanden te zien. Het doet me pijn om de angstcultuur te zien. Het doet me pijn om te moeten schrijven over wat er allemaal mis is.

Het doet pijn

Het doet me pijn om te zien dat de politiek Defensie vakkundig heeft afgebroken. Het doet me pijn om te zien dat veel politici blijk geven van een gebrek aan kennis over de Defensie-organisatie. Het doet me pijn om te zien dat politici juichen over 1,5 miljard erbij, terwijl er veel en veel meer nodig is. En dat weten ze.
Want het doet me pijn om te zien dat voertuigen niet rijden, vaartuigen niet varen, vliegtuigen niet vliegen. Het doet me pijn om te beseffen dat er te weinig logistiek is om 1 brigade te ondersteunen die volledig op oefening is, laat staan wat er gebeurt als we drie brigades volop operationeel willen hebben. Het doen me pijn om te weten dat er nauwelijks geld om onderzeeboten te vervangen, er zijn er twee varend, en de andere twee worden gebruikt voor onderdelen.
Het doet me pijn om te weten dat we de F16’s bijna niet operationeel kunnen houden. Het doet me pijn om te weten dat die 39 JSF’s er minstens 39 te weinig zijn. Het doet me pijn te weten dat de artillerie niet inzetbaar is. Het doet me pijn te weten dat de keuze om de tanks op te heffen geen militaire, maar een politieke keuze was.
Het doet me pijn om te weten dat er een angstcultuur heerst bij de organisatie die me nog steeds aan het hart gaat, waardoor er ruimte is voor intimidatie, misbruik, en andere integriteitsschendingen. En het doet me pijn te weten dat de officiële interne meldingslijnen bijdragen aan het in stand houden van die cultuur.

Er is ook trots

Ik ben ook trots. Trots op de militairen die ondanks alles het onmogelijke mogelijk maken. Trots op de inzet van onze jongens en meisjes in crisisgebieden, in oorlogsgebieden, bij rampen, te land, te zee en in de lucht. Ik ben trots op de militairen die doelbewust kiezen om het uniform te dragen. Ik ben trots op het feit dat zij ondanks de vakkundige afbraak van de Krijgsmacht door politici, toch trouw zijn aan de politiek, aan de missie en aan elkaar. Ik ben trots op hun loyaliteit. Trots op hun hart, welke kleur dat ook moge zijn. Ik ben trots dat onze militairen het goed doen op oefeningen, dat onze vliegers gewaardeerd worden en dat onze Marine raketten in de ruimte kan volgen en neerhalen.
Die pijn en die trots strijden met elkaar. Door de pijn te benoemen lijkt het alsof de trots ondersneeuwt. Door de trots te benoemen lijkt het alsof er geen pijnpunten zijn. Maar de trots en de pijn gaan hand in hand. Je kunt immers alleen pijn ervaren, als iets wat je aan het hart gaat stuk gaat.

Op weg naar oplossingen

De gifbeker bij Defensie moet leeg. Daarom is het goed dat misstanden naar buiten komen, hoe ellendig het ook lijkt. Maar pas als naar buiten komt wat mis is, kan het opgelost worden. Oplossingen die moeten gaan in drie richtingen:

  • Meer kennis en kunde bij politici, zodat zij beseffen dat veiligheid de hoogste prioriteit moet hebben. Dat Defensie van het grootste belang is voor onze interne en externe veiligheid. Zodat ze Defensie de financiering kunnen bieden die nodig om te verdedigen wat ons lief is
  • De cultuur bij Defensie moet meer open worden. Weg met die angstcultuur, weg met machtsmisbruik, weg met tot over de pijngrens exploiteren van mens en materiaal. Weg met die misstanden. Op weg naar een goede, sterke, eerlijke en integere organisatie.
  • En op weg naar meer middelen. Meer materieel. Meer reserveonderdelen, meer oefendagen, meer voertuigen, vaartuigen en vliegtuigen. Meer middelen voor een fatsoenlijke beloning van het Defensiepersoneel. Een betere logistieke ondersteuning, meer munitie. Op weg naar minder leegloop en vacatures. Op weg naar meer tevreden personeel dat graag wil blijven.

Want uiteindelijk moeten alle groene, blauwe en paarse harten blijven kloppen. En moeten er nieuwe paarse, groene, blauwe harten komen, die kloppen voor Defensie. Want de beste ambassadeur voor de Krijgsmacht is een tevreden militair. En daarom zal ik niet alleen het goede opschrijven, maar ook het slechte. Zodat het opgelost kan worden. En de trots kan blijven overheersen.
Door: Eduard van Brakel
Foto’s bij artikel: Defensie.nl
 

3 gedachten over “Pijn, trots en een groen hart

  • 9 november 2017 om 11:09
    Permalink

    Helemaal mee eens Eduard! Ik vrees dat het nog wel enige jaren zal duren voor defensie er wat beter voor staat. De nieuwe defensieminister zag ik gisteren op televisie vertellen dat haar eerste bezoek aan NAVO bijzonder succesvol was. De amerikanen waren diep onder de indruk van de magere 1.5 miljard die er nu extra bij komt, althans dat vertelde zij aan de pers. Aan zelfgenoegzaamheid ontbreekt het niet bij onze politici. Het is uiteraard kort door de bocht om onze nieuwe minister nu al alleen met kritiek te overladen. Toch zal zij, als zij haar oor te luisteren legt bij onze militairen, beseffen dat die 1.5 miljard enige malen vermenigvuldigd moet worden wil men enigzins uit de problemen komen.
    Ik hoop dat zij een echte “fighter” is om het maximale voor onze defensie bij politiek Den Haag los te peuteren. Dit eerste optreden geeft echter weinig reden om heel positief te zijn.
    Gelukkig krijgt zij nog mogelijkheden genoeg om een positiever geluid te laten horen

    Beantwoorden
  • 15 november 2017 om 08:37
    Permalink

    Het is eigenlijk 0,5 miljard erbij, want er wordt 1 miljard minder bezuinigd!! Dat, na de eerdere belofte dat er 2 miljard erbij zou komen! Er moet veel worden geinvesteerd, in meer tanks, kanonnen, vliegtuigen en schepen! Want dit is de trieste balans:
    -18 geleaste tanks
    -18 rijdende zware kanonnen (PzHNL2000’s)
    -60 aftandse F16’s
    -6 fregatten
    Te weinig munitie, (maakten we vroeger zelf), brandstof, en materieel om zwaar transport te regelen! Dus, zelfvoldaanheid is verre van op zijn plaats! Nederigheid en “handen uit de mouwen” daarentegen zijn broodnodig!
    Bestel tanks, kanonnen, boten en meer vliegtuigen. Maar daar zal nog nog een extra 2 miljard (minimaal) voor benodigd zijn!

    Beantwoorden
  • Pingback:Noem mij maar zuur, admiraal – Defensie-platform

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: